Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij ging terug, de zaal in, bleef een oogenblik voor het vuur staan en wendde daarna den blik naar de diepe vensternis waarin Roswitha zich had terug getrokken.

Zij zat er roerloos, den eenen arm op het kozijn, het hoofd daarop.

— Arm kind," zeiden zijn oogen.

Toen trad hij naar het benedeneind der zaal op den bode toe, die van zijn plaats het voorgaande gevolgd had.

— 't Zou graaf Auersperg goed doen te weten dat je hier veilig en wel zit, Koert," zei hij halfluid. „De dwaasheid rijdt gewoonlijk sneller dan de wijsheid, maar bij ons is het omgekeerd."

— Wij hadden beiden een nuttelooze boodschap over te brengen, meester Jodocus, maar graaf Heribald wilde dat zoo. Heb ik ooit een man zoo verslagen gezien! Het liefst ware hij zelf gegaan, als zijn plicht hem niet 't kamp had terug gehouden. De vogel was hier natuurlijk gevlogen."

— En waarschijnlijk tegen zijn wil opgehoud]e n. Dat lijkt mij al meer en meer zeker. De beste dienst dien je je meester kunt bewijzen, is over de geruchten in het kamp te zwijgen."

Hij zette zich tegenover hem in de koestering van het breede haardvuur en rekte behagelijk zijn schrale gestalte.

Koert had alleen met knik geantwoord. Hij was weinig geneigd tot praten.

De rust van den nar duurde niet lang. Jonkvrouw Gonda het hem roepen.

Sluiten