Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog zag zij den blik waarmede de bode tante Gonda's woorden had aangehoord.

Alles tegen haar vader.

Zijn vrienden zouden voor hem getuigen. Dat hadden ze al gedaan: graaf Auersperg had zijn eer voor de eer haars vaders verpand. Maar als dag na dag verliep zonder dat zijn raadselachtig wegblijven werd opgehelderd....

Als haar vaders ontmoeting met Eberstein bekend werd en Godelieves verblijf op den Valkenburcht, een verblijf waarvan niemand onder zijn vrienden wist en dat verwondering zou wekken juist omdat het geheim gehouden was.

En de kwaadwilligen zouden spreken, terwijl haar vader den Keizer niet had kunnen openleggen hoe zich alles had toegedragen.

Zoo'n voorbeeld trekt!

Zij doorzag den toeleg: haar vaders trouw verdacht te maken en die verdenking te gebruiken ten dienste der partij die hij verfoeide!

„O, als de Keizer wist," kreunde zij.. „Hij moet weten. Tante Gonda schrijft aan graaf Auersperg. Ik zal aan den Keizer schrijven. De Keizer moet helpen, vaders eer hooghouden, hem opsporen en bevrijden. Hij zou niet gelooven aan haar vaders schuld.

Waarom niet ?

Zelfs aan de trouw van zijn eigen zoon werd getwijfeld. Zij ging naar haar kamer. Toch schrijven, alles beproeven. Zij zou woorden vinden die troffen en overtuigden. Geen hart zou beter voor haar vader spreken dan het hare.

Op de gang kwam zij Magda tegen. Jonkvrouw Gonda liet door vader Hubertus een brief schrijven, wilde niet gestoord worden en zou niet aan tafel komen dien avond.

Zij liet zich door Magda licht brengen en zat neer bij den rooden flakkerschijn, de ganzeveder tusschen de trillende vingers, het hoofd zwaar en moe. Zij zou den geheelen nacht noodig hebben.

Sluiten