Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar arm was vrij. Govert was in één sprong de poort uit en holde de valbrug over, een paar gewapenden wien zijn vreemd optreden was opgevallen, hem na.

Roswitha liet zich op een bank onder de poort neervallen en keek de wilde jacht na.

Als Govert gevat werd, en door Jodocus tot spreken werd gebracht!

De hoofdman van de wacht zond nog een paar anderen den vluchteling achterna. De kreten der mannen die elkaar toeriepen en aanmoedigden klonken al verder en flauwer.

Eindelijk keerden zij terug. 'Den verwenschingen uitbrakenden Govert tusschen hen in.

Roswitha ging, voordat zij de poort hadden bereikt.

Een verdere ontmoeting kon herkenning brengen, en zij was nog te ver van haar doel om haar vermomming prijs te geven.

Alles in haar beefde en klopte. Haar voeten bewogen werktuigelijk en droegen haar voort. Hoe zij zoo snel den „Blauwen Haan" terug vond was haar een raadsel.

Vader Hubertus stond in groote ongerustheid voor de deur.

In zijn blijdschap over haar behouden terugkomst had hij haar bijna als „Jonkvrouw Roswitha" toegeroepen.

In haar kamer zonk zij op de knieën. Haar hart was één gebed. Eindelijk een lichtstraal! Door Govert zou zij weten.

Zoo vond haar Jodocus die van zijn rondgang door de stad was teruggekeerd.

De Keizer was niet ver, hoogstens drie dagreizen van Frankfort. Hij was zuidelijker getrokken, een sterke troepenmacht der opstandelingen tegemoet.

Een slag was ophanden.

Maar nu'was het ook van het grootste belang tot den Keizer door te dringen voordat die plaats had.

Nog dezen middag zou men Frankfort verlaten en trachten

Sluiten