Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die van hun hoogte ieder dal, iederen weg overzien en alle paden en schuilhoeken in bergen en wouden kennen! Een tocht door een vijandige streek; een verblijf daar, van wie weet hoe lang! Tusschen ruwe gezellen"

— Tusschen vader Hubertus en meester Jodocus, en onder mijne vermomming."

Onder hare vermomming!

Voor wie eens dat gezicht, die gestalte, die gratie van bewegen had gezien was elke vermomming doorzichtig en ij del.

— En de eerwaarde vader keurt uw voornemen goed?" vroeg hij tot den geestelijke gewend.

— Ik heb vader Hubertus' goedkeuring niet gevraagd. Wat hij mij heeft geleerd, volg ik ik weet dat hij mij niet verlaten zal."

Er lag weer in haar wat hem zoo getroffen had van den beginne af en niet het minst bij haar onderhoud met den Keizer: dat lieftallige en waardige, dat vrij en open zich geven, dat onbevreesde en fiere en toch zoo bescheidene.

Moesten niet boosheid en laagheid wijken waar zij zou wijlen ?

Maar het volgend oogenblik waren vrees en vertwijfeling weder overheerschend.

Hij zocht naar een woord, een middel om haar van haar plan af te brengen.

— En gij hebt niet gedacht hoe ridder Dagobert zal zijn als hij te weten komt waaraan zijn dochter zich waagt! Op welk een prijs hem zijn bevrijding kan te staan komen? Geen vermomming sluit herkenning uit. Een onbedacht woord, een blik, een beweging en 't is er mee gedaan! De belegerden zullen dan met uw nabijheid hun voordeel doe; zullen dat bericht hun gevangene niet sparen.... Gij zult hun tot een wapen worden waarmee zij uw vader zullen treffen, zullen dwingen"....

Was hij het zich niet bewust dat hij, die alle verdriet en zorg van haar weren wilde, zelf een scherp en vlijmend wapen tegen haar richtte ?

Sluiten