Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn plannen opgaf, en zijn tegenstand eerder aangewakkerd Jdan verflauwd zou zijn na de laatste door hem gezonden berichten.

Harm kwam den volgenden dag opgewonden bij haar voordat hij naar zijn plaats ging.

— Oom is geweest en weer weg; voort naar Trier. En een slag van belang! Den heelen dag duurde hij. — Maar de Keizer bleef baas! — En gevangenen! — Tot de zoon van den Keizer toe!"....

Hij bleef steken.

— Bent u niet blij dat de Keizer overwonnen heeft?" vroeg hij verwonderd en met verwijt in zijn stem.

Maar hij vergat alle verwijt toen hij den angst en het verdriet in haar gezicht zag.

Was er iemand van haar dood ?

Het volgend oogenblik waren zijn armen om haar heen en leek hij even bedroefd als zij.

Verder geen bericht dien dag. Ook den volgenden niet.

Maar den dag daarop

De eerwaarde moeder liet Godelieve roepen.

Er was een brief van zuster Agnes gekomen.

Tusschen Wimpffen en Gundelsheim, niet ver van het klooster waar zij was, waren de beide legers op elkaar gestooten.

Er was slag geleverd tusschen den Keizer en graaf Eberstein.

Omzichtig deelde de eerwaarde moeder Godelieve het gebeurde mee, zooveel mogelijk vermijdende wat haar kwetsen of haar leed verzwaren kon. Maar de waarheid diende gezegd: zonder de waarheid zou Godelieve zich niet laten afwijzen.

Graaf Eberstein was verslagen.

— En gevangen? Gewond?"

De abdis knikte.

— Niets van ridder Dagobert? Schrijft zuster Agnes niets van hem ?

En van Roswitha?"

Sluiten