Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten dienst van allen en alles wat steun waard was en steun behoefde; gekeerd tegen leugen en onrecht, tegen zelfzucht en verraad.

Het was niet langer de veldslag van voor weinige dagen, dien hij voor zich zag, maar de schok van twee machtige elementen, twee reuzenstroomingen; het hooge en het lage, en de Keizer de geroepene om het hooge te doen zegepralen. Voorhoofd en wangen gloeiden en zijn oogen fonkelden, en hij zag er uit wat hij werkelijk was: belichaming van de ridderlijke deugden die hij roemde, een ridder van den echten stempel, waarvan helaas! de phalanx al kleiner en kleiner werd.

— Een ridder zooals vader," dacht Roswitha.

Het klooster lag op een honderdtal passen vóór hen.

Graaf Bernsdorff zond een van zijn volgers vooruit om hun bezoek aan te kondigen, en stelde Roswitha voor, het verdere te voet af te leggen.

De steun van zijn arm was haar bij dat loopen al heel gauw welkom, en ook de gedachte aan den rustdag van morgen. Zij had haar kracht overschat en was hem erkentelijk voor zijn voorzienige zorg.

Zij zou dat nog meer zijn geweest als zij had geweten hoe hij dien ochtend zelf naar het klooster was gereden om met de abdis te bespreken op welke wijze het bezoek aan haar oom op de voor haar minst schokkende manier kon plaats hebben.

Roswitha werd niet naar de groote, tot hospitaal ingerichte zaal geleid, maar naar een klein neven vertrek, waarheen haar oom met bed en al gebracht was. Carel was bij hem en kwam hun aan de deur tegemoet.

Graaf Bernsdorff liet hen spoedig alleen om zijn neef, zijn gevangene en de verdere bekenden onder de verpleegden te bezoeken. Het was een prettig gezicht oom en nicht en neef samen te zien in druk gesprek.

Ridder Hohenberg wist al dat Roswitha met graaf Bernsdorff zou vertrekken.

Sluiten