Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd, de eenige die haar vragen omtrent hem kon beantwoorden!

Auersperg vertelde verder van de belegering, en alle genomen maatregelen.

— Wat gedaan kon worden, is gedaan; wat gedaan kan worden, zal worden gedaan," eindigde hij halfluid met een blik van bemoediging en toewijding.

Rechts van den tot nu toe gevolgden weg boog een pad af naar een ravijn en liep verloren in dicht struikgewas.

Auersperg, die op verzoek van graaf Bernsdorff de leiding op zich had genonen liet halt houden, zijn lieden afstijgen en hun paarden aan den toom nemen en vooruit gaan.

— Van hier af beginnen de hindernissen en versperringen," zeide hij. „Mijn lieden kennen ze en hebben ze gedeeltelijk zelf bedacht of gesteld. We moesten liefst twee aan twee gaan en hen op den voet volgen. Allen afstijgen," herhaalde hij, gewend tot het dertigtal ruiters dat graaf Bernsdorff volgde. „Neen, u niet jonkvrouw Roswitha, ik zal de eer hebben uw paard bij den toom te leiden. Blijf zitten, en tracht zooveel mogelijk de takken •en twijgen af te weren, waarvoor ik u niet behoeden kan."

Hij steeg af, liet graaf Bernsdorff en vader Hubertus voorgaan en volgde; graaf Bernsdorffs ruiters in de achterhoede.

Het was een lastige en lange tocht die zeker wel een uur duurde. Nu eens leek het bosch zoo dicht, dat zij een beek moesten volgen om door de warreling van hoog en laag hout en braamstruiken te komen; dan weer moesten de paarden over dwarsliggende boomstammen geholpen worden. Verscheidene malen werd een versch opgeworpen wal van aarde en steenen beklommen of omgegaan. De takken hingen bij wijlen zoo laag dat Roswitha beide handen moest gebruiken om ze weg te buigen.

Langzaam en zwijgend ging het voort.

Het bosch lag stil, maar vóór hen uit gonsde het meer en meer bij tusschenpoozen van stemmen.

Het kreupelhout ging over in een statig dennenwoud.

Sluiten