Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun kleeding geworpen. Zij schenen toegerust voor hun nachtelijke ronde bij dit noodweer.

— De ridder is in opdracht van graaf Eberstein op zijn doortocht naar Reinfels om met graaf Diether een bespreking te houden, en zal hier overnachten", vervolgde degeen die hem had voorgesteld.

Naar Reinfels! Naar graaf Diether den lilden van Katzenellenbogen, vriend en vertrouwde van Keizer Frederik!

Een onderhoud tusschen het hoofd der oproerlingen en den vriend van den Keizer!

Wat was er gebeurd? Was men slaags geweest? Had de Keizer overwonnen ? Zag de oproerling zijn vermetelheid in en zond hij zijn afgezant naar den vriend van den Keizer om bemiddeling en genade!

— Graaf Diethers goede wil en veranderde stemming voor de onzen zijn tot graaf Eberstein gekomen," zeide de nieuwgekomene.

— Dat is een leugen!"

Ridder Dagobert had het bijna uitgeroepen.

Dat was een aantijging, een verdachtmaking, ongehoord, onmogelijk, monsterachtig!

Graaf Diethers gehechtheid aan den Keizer was boven alle verdenking!

Hij bleef den spreker aanstaren....

Dat was geen gelaat dat bedroog. De jonge ridder geloofde wat hij zeide.

— Geruchten zijn onbetrouwbaar," antwoordde hij langzaam.

Hij had nog meer willen zeggen.

Maar de afval van prins Hendrik kwam hem in de gedachte en hij bleef steken.

— Ridder Assenrode verlangde u zijn opwachting te maken. Zijn tijd is beperkt en morgen vroeg vertrekt hij," viel een der ridders haastig in. Wij hebben te zamen nog veel te bespreken," eindigde hij tot zijn gast met een blik naar de deur.

Sluiten