Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want als je veel goeds van iemand gehoord hebt, kijk je hem vanzelf al als je vriend aan, en verheugt je er op, nader kennis met hem te maken.

Toen Charles Dickens „Nelly" schreef, was hij ongeveer acht-en-twintig jaar oud; hij woonde in Londen, maar om rustig aan het boek te werken ging hij een poos naar Broadstairs, een klein plaatsje in de buurt.

In dit werk leeft Londen en het land om Londen heen.

De schrijver wijst ons in een oude straat een winkel van antiquiteiten; oude meubels, roestige wapens, vaalkleurige kleedjes, beeldjes van ivoor, van hout, van porselein; dingen, die ieder hunne eigen schoonheid hebben, omdat de lang gestorven kunstenaar, die ze maakte, er met liefde aan gewerkt heeft; er zóó iets van het beste, dat in hem was, aan gevend.

In dit winkelhuis, zelf oud en vervallen, woont een oude man met zijne kleindochter, Nelly, een meisje van dertien jaar, uiterlijk fijn en teer en broos, maar met groote kracht van karakter. Tusschen den ouden man en het jonge meisje bestaat een band van de innigste liefde en gehechtheid, en tot voor korten tijd leefden ze stil gelukkig samen. Grootvader zorgde voor den winkel, en Nelly was zijn kleine huishoudstertje, zijn zonnetje in huis, altijd vroolijk, even blij zingend als haar vogeltje, van den morgen tot den avond in de weer om alles netjes te houden in huis. Ze maakte grappen met Kit, den boodschappenjongen, een goeden, oprechten knaap, innig gehecht aan den ouden man en Nelly. Eiken avond gaf Nelly Kit leesles, en dat was misschien voor beiden het vroolijkste uurtje van den dag.

Zóó is het geweest tot voor eenige maanden; toen, plot-

Sluiten