Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kijk," zei Ko, „van middag na 't eten gaan we een dutje doen. Dan is zoon keep een hoofdkussen. Schijnt de zon te fel, dan dient-ie voor scherm; ook kan zoo n ding voor deken gebruikt worden."

„Nou, voor deken!" smaalde Frits.

„Niet? Weet jij of we van nacht ergens onder dak komen?"

„Onder dak? Bij jouw kennis toch?"

Frits keek verschrikt op. Hij trapte wat flinker door en kwam vlak naast Ko rijden. De weg klom weer en Frits had moeite om bij te blijven.

„Zeg, bij jouw kennis toch?" herhaalde hij.

Ko had er plezier in z'n kameraad te plagen. Die wist nog heelemaal van niets, was niets gewend ; een echt moederskindje, vond hij. Nu, met het fietsen zou hij hem van alles leeren. Hij keek in 't bange gezicht en lachte hem uit.

„Zou t dan zóó erg zijn, een nachtje onder den blooten hemel? Dan zie je de blauwe lucht hier en daar door de bladeren en de sterren zijn je nachtlichtjes."

Ze moesten even uitwijken voor een auto. Ko reed wat vooruit en liet toen Frits rechts naast zich komen. Voor alle zekerheid pakte hij hem bij den schouder, want het voorwiel van Frits deed zoo raar. Toen het ding in razende vaart voorbij gestoven was en de stofwolk er achter wat gedund, reden ze weer naar 't midden van den straatweg.

Sluiten