Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donkere plekken schaduw onder iederen boom. 't Zou hier heerlijk rusten zijn.

Ko verbeeldde zich een oogenblik, dat deze tuin van hem was. Dan waren die kippen ook van hem en dan zou hij in 't schuurtje vast eieren vinden, lekkere, versche eitjes voor hun middagmaal van straks. En de mooiste appeltjes uit deze boom, die mooie gestreepte b.v. vlak voor de hand, en die groote daar — wat een kanjer! — die zouden ze nemen voor dessert. — En waarom nou niet? D'r was hier niemand. Wie zou hem hinderen? Hij lachte om z'n brutale gedachten, 't Zou niet in z'n hoofd opkomen om 't heusch te doen.

Hij riep nu: „Hé! Héla!" Hij rinkelde flink aan de klink van de achterdeur en riep nog eens.

De kippetjes stonden even stokstijf en keken met uitgerekte halzen. Toen pikten en scharrelden ze weer. Een paar jonge haantjes sprongen tegen elkaar op en trokken zich niets van 't geval aan.

Ko besloot nu maar op zoek te gaan naar een pomp of put. Water nemen was geen stelen.

Hij liep nu tusschen de kippen door, die kakelend vluchtten, en stapte eerst naar den ingang van 't schuurtje. Juist toen hij er nieuwsgierig in wilde kijken, verscheen er in de deuropening een groote man in witte kiel en op klompen. Ko schrok er van. Ten eerste had hij hier niemand verwacht te zien. Hij had immers spektakel genoeg gemaakt.

Sluiten