Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't gras vallen en keek in de vruchtboompjes voor hem. „Zouden die boomen en die kippen nou allemaal van hem wezen ? Maar waarom zit dat mooie huis dan dicht?"

„Ja," zei Ko schouderophalend. „Dat moet-ie straks vertellen."

„D'r zou toch niet veel van onze kokerij terecht gekomen zijn," meende Ko.

„Niet? — En hier dan? Dat moet je ook nog afwachten."

„Kun jij nog lang wachten?" vroeg Ko, op de hoogte van z'n maag wrijvend.

,,'k Heb trek. 't Is zeker gauw twaalf uur."

„Nog geen elf," zei Ko beslist, nadat hij met een geleerd gezicht naar de zon gekeken had.

Frits geloofde hem niet, vertrouwde z'n maag eerder. Voor alle zekerheid namen ze ieder een broodje uit het pakje, en toen Kees terug kwam, kon hij ze „smakelijk eten" wenschen.

Hij droeg een mand met wat aardappelen en een paar kroppen sla. Toen ging hij nog eens weg en bracht heel gauw een emmer water en een paar messen mee.

„As-je-blieft, hongerhalzen! Werken voor de kost."

Toen begon het moeilijke werk. De aardappelen deden erg mal in de ongeoefende handen. Frits sneed er groote hompen af en vorderde toch heel weinig. Zijn vingers liepen soms evenveel gevaar als de licht-

Sluiten