Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jongens de troepen maar volgen tot bij den eersten handwijzer.

Zwaar krakend en bolderend passeerde nu heel dichtbij het zware geschut. Het gerammel der kettingen van de bespanning en 't snuiven en brieschen der paarden hoorden ze duidelijk. Bij een laatste bocht van den weg zagen ze de troepen al den uitgang passeeren. De grond dreunde, de lucht was vol geraas. Wolken stof dreven voorbij de verschrikte bosschen van den overkant. De uitgestorven wereld aan weerszijden van den straatweg scheen weg te kruipen voor 't schrikkelijk rumoer.

Onze reizigers waren afgestapt; ze keken, verbijsterd door 't oorverdoovend schokken der wagens, naar de mannen, die schijnbaar opgewekt en vroolijk voorbij trokken.

Wie te paard reden waren er nog het best aan toe. De stukrijders, achter de kanonnen gezeten, schokten op hun ijzeren zitplaatsen heen en weer, en zaten met trillende wangen, onverschillig uitkijkend naar de koppen der paarden, die volgden.

Allerlei karren, en keukenwagens met de bedienende manschappen er op, trokken even nog de aandacht van de jongens. Dan kwamen weer in eindelooze reeks kanonnen, allemaal kanonnen en allemaal grijze soldaten, met de somber overtrokken punthelmen. Er was niemand die notitie nam van de fietsers.

Aan 't hoofd van een nieuwe afdeeling echter reed een reusachtige officier, door wiens vollen,

Sluiten