Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hij kon er nog om lachen, want iedereen had duidelijk gezien en gehoord wat er gebeurd was. Dat die troep nou ook opeens zoo snel moest oprukken!

Ze liepen nu langs den straatweg terug, rechts van het voorbijtrekkende leger. Soms werd de eindelooze reeks der kanonnen afgebroken, door een kolonne infanterie. Dan klonk het zingen van de mannen hoog uit boven het geratel, dat zich verwijderde en al zwakker werd. Maar daarna kwamen er nieuwe afdeelingen met geschut en het scheen den jongens toe, dat het kleine België niet groot genoeg kon zijn, om al die ijzeren gevaarten te bergen.

Soms moesten ze uitwijken en terzijde van den weg blijven staan om enkele ruiters of wagens te laten passeeren, die achter hen aankwamen.

Ko wees op het roode kruis en lette op het voorzichtige rijden van één der wagens. Hij vroeg of daar al gewonden in zouden zijn. De soldaat wist het niet: hij hóópte zeker van niet. Alle voorbijtrekkende soldaten keken er even schuw naar.

Een ruiter, die van denzelfden kant kwam, trok vooral de aandacht. Hij leidde een ofRcierspaard bij den teugel, 't Was gezadeld en opgetuigd, alsof z'n berijder pas was afgestegen. De jongens herkenden het mooie dier met den bles en den langen witbruinen staart. Uit een diepe wond in de heup liep bloed, dat in een lang streepje nog langs den achterpoot sijpelde. Waar was de berijder, met zijn vriendelijk

Sluiten