Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwsgierig stonden ze op, om te zien of het leger al voorbij was.

Nog altijd trokken er afdeelingen te voet en te paard. Maar 't schenen nakomers, die in troepjes verzameld de regimenten volgden. Kees reed ongehinderd voort. Het fiksche paardje liep in een kittig drafje en had geenerlei aansporing noodig. Handig uitwijkend voor de trager gaande troepen liet Kees menige afdeeling achter zich en bereikte eindelijk een gedeelte van den weg, dat geheel vrij van soldaten was. Hier liet hij het paard even stappen.

Tot nu toe had hij alle aandacht aan den weg en z'n paard besteed, nu kon hij zich even met z'n reisgezelschap bemoeien. Achteromziend zag hij Frits ingedommeld in 't stroo liggen. Ko keek nog met groote oogen maar scheen ook op het punt van in te slapen. De vrouw naast hem zat als wezenloos. De doek, dien ze om 't kind geslagen had, hing af en Kees legde de punt er voorzichtig over. 't Werd avond en koeler. Het slapend kind had wel bescherming noodig en de moeder, nu even weer tot bezinning komend, lachte zwakjes tegen Kees, en schikte den doek bezorgd om 't kind. 't Was alles wat ze uit het huis wenschte te redden.

Een paar woorden sprak ze nog. Of ze haar man nog ooit zou weerzien? De oogen stonden eventjes wijd open in een opflikkering van hoop. Zou haar nog iemand kunnen troosten? Sprak die man nu maar het verlangde woord, want ze wist:

Sluiten