Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf gered en haar man ... Ze konden er niet meer over denken. Ze verlangden naar huis, naar hun huis, hun heerlijk veilig thuis, dat ze nu stellig zouden bereiken. -— En ze vroegen Kees, of ze nog niet konden gaan.

Er kwam een officier uit het wachthuis. Van een groot papier las hij eenige namen af. — „Er wordt naar deze personen geïnformeerd," zei hij, en de namen der jongens waren er Jook bij. „Ja," riepen ze verrast.

„Naar M.? dan kun je mee; er gaat aanstonds een auto."

De jongens keken Kees aan. 't Was wel mooi, maar. Kees dan?

„Prachtig," zei Kees. „Dan kan ik dadelijk terug, 't Is om vader, zie je?" zei hij verontschuldigend tot de jongens, die teleurgesteld keken.

De fietsen werden nu bij de wacht in bewaring gegeven. De vrouw met haar luttele bagage kon ook gemakkelijk een plaatsje vinden in de auto. Er was niet veel tijd tot afscheid nemen. Kees beloofde zoo spoedig mogelijk te M. te komen en anders wisten de jongens zijn huis, waar 't nu beslist veilig was en dat langs een omweg ook ongehinderd bereikt kon worden.

Kees keerde onmiddellijk en reed in snelle vaart terug in de onzekerheid. Hij kon er echter vrijwel op rekenen, dat zijn tocht weinig belemmering meer zou ondervinden.

7

Sluiten