Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„XVeilL Kil 11CI1Ü , .

„Persoonlijk, en meermalen heeft hij, met goeden uitslag, moeielijke zendingen vervuld."

„In het buitenland?"

„In Siberië zelf."

„Waar is hij van daan?"

„Van Omsk. Het is een Siberiër."

„Is hij koelbloedig, schrander, moedig?"

„Ja, Sire, hij bezit al hetgeen noodig is om te slagen, daar waar anderen misschien schipbreuk zouden lijden.

„Zijn ouderdom?"

„Dertig jaar."

„Is het een krachtvol man?"

„Sire, hij kan, tot het uiterste, koude, honger dorst en vermoeienis uitstaan."

„Hij heeft dan een ijzeren gestel?"

,,Ja, Sire."

„En een hart?"

„Als goud zoo eerlijk".

„Hij heet?"

„Michael Strogoff."

„Is hij gereed om te vertrekken?"

„Hij wacht in de zaal der garde, de bevelen van Uwe Majesteit . „Laat hem binnen komen," zeide de czaar.

Eenige oogenblikken daarna, trad de koerier Michael Strogoit het keizerlijk vertrek binnen.

Michael Strogoff was een sterk, jong man, groot van gestalte, met breede schouders en breede borst. Zijn groot hoofd droeg de schoone kenteekenen van het Kaukasische ras. Zijne goed samengevoegde ledematen waren even zoo vele hefboomen, geschikt tot het uitvoeren van zwaar werk. Deze schoone, stevige en flinke jonge man had men niet gemakkelijk, tegen zijn zin, uit den weg doen gaan, want had hij eenmaal zijne beide voeten op den grond gezet, dan scheen het alsof zij er ingeworteld waren.

Op zijn van boven vierkant hoofd, boven zijn breed voorhoofd, krulde weelderig haar, dat in lokken onder zijne moskovische muts uitkwam. Wanneer zijn gelaat, dat gewoonlijk bleek was, een zekeren blos aannam, was het enkel door een sterker kloppen van zijn hart, dat zijn bloed sneller deed omloopen. Zijne oogen waren donkerblauw, met een oprechten, vrijen en rustigen blik, en zij schitterden onder een boog, waar de licht ingetrokken wenkbrauwspieren van een verheven moed getuigden, „van dien moed zonder toorn, den helden eigen" zooals de gelaatkundigen zeggen. Zijne groote, naar onder breed toeloopende neus beheerschte een welbesneden mond, met een weinig vooruitstekende lippen van „den mensch, die edelmoedig en goed is."

Sluiten