Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij die zoo sprak, was wezenlijk in volle woede. Doch, opeens scheen het Michael Strogoff toe, alsof de tweede spreker partij trok van hetgeen er gaande was, want een schaterend gelach, dat te midden van zulk een tooneel het minst verwacht werd, weerklonk plotseling en werd gevolgd door deze woorden:

„Neen, dat is waarlijk al te kluchtig!'

,,Durft gij hierom te lachen!" zeide de Engelschman op een vrij

Welzeker, waarde collega, en zeer hartelijk, en dat is het beste dat' ik kan doen! Ik raad u aan hetzelfde te doen! Op mijn woord van eer, het is al te kluchtig, men heeft dat nog nooit gezien!....

Op dit oogenblik vervulde een hevige donderslag den bergpad met een verschrikkelijk geratel, dat de echo's van het gebergte nog weerkaatsen. Terstond na dat geratel weergalmde opnieuw de

vroolijke stem, zeggende: . ... .

Ja, buitengemeen kluchtig! Zoo iets zou zeker in Fiankrijk niet

gtbNoch in Engeland!" gaf de Engelschman ten antwoord.

Óp den door de bliksemstralen hel verlichten weg bemerkte Michael Strogoff nu, op twintig passen afstand, twee reizigers naast elkander gezeten op de achterste bank van een zonderling voertuig, dat zeer diep in een of ander wagenspoor scheen geraakt te zijn.

Michael Strogoff naderde de beide reizigers, waarvan de een voortging met lachen, en de andere met vloeken en tieren, en lnj herkende de dagblad-correspondenten, die op de Kaukasus met hem de reis van Nijni-Novgorod naar Perm gemaakt hadeten

He! goeden dag, mijnheer!" riep de Franschman uit. „Het doet mij genoegen u bij deze gelegenheid te ontmoeten. Mag ik u mijn boezemvriend, mijnheer Blount, voorstellen?

De Engelsche reporter groette, en wellicht zou hij volgens de regels der beleefdheid, op zijn beurt zijn collega Alcide Jolivet voorgesteld hebben, toen Michael Strogoff hem zeide:

„Onnoodig heeren, wij kennen elkander, wij hebben reeds te zamen op de Wolga gereisd."

„Ha! zeer goed! perfect! mijnheer? '

„Nikolaas Korpanoff, koopman van Irkoetsk, antwoordde Michael Strogoff. „Maar zeg mij toch eens welk ongeval, zoo droevig voor den een en zoo vermakelijk voor den ander, u over»

k<>,"oordeel zelf, mijnheer Korpanoff," antwoordde Alcide Joüvet.

„Verbeeld u dat onze postiljon met het voorstel van zijn helsch voertuig vertrokken is, terwijl hij ons op het achterstel van zijn bespottelijk rijtuig in den steek laat, De slechtste helft van de telega voor twee personen, geen leidsels, geen paarden meer! Is dat niet

uitermate kluchtig?" .

„Kluchtig in het geheel niet!" antwoordde de Engelschman..

Sluiten