Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alcide Jolivet. „Zij zit zoo vast in den grond geworteld, dat wanneer men ze er inliet, er in de lente bladeren aan zouden komen!

„Kom dan heeren," zeide Michael Strogoff, „en wij zullen de tarentass hier halen."

De Franschman en de Engelschman sprongen van de achterste bank af, die nu voorste bank of bok geworden was, en volgden Michael Strogoff.

Alcide Jolivet, die maar altijd met schertsen voortging, -zeide tot Michael Strogoff: „mijnheer Korpanoff, gij redt ons wezenlijk uit eene groote verlegenheid!"

„Mijnheer," antwoordde Michael Strogoff, „ik heb slechts gedaan wat élk ander in mijne plaats zou gedaan hebben. Indien de reizigers elkander niet hielpen, dan moest men de wegen maar afsluiten!"

„Tot wederdienst bereid, mijnheer. Wanneer gij ver de steppen ingaat, is het wel mogelijk dat wij elkander weer zullen ontmoeten en...."

Alcide Jolivet vroeg Michael Strogoff niet bepaaldelijk waar hij naar toe ging, maar deze, geen achterdocht willende verwekken, antwoordde terstond:

„Ik ga naar Omsk, mijne heeren."

„En mijnheer Blount en ik," hernam Jolivet, „wij gaan zoo wat hier en daar; daar waar misschien éen kogel, maar, zeker een of ander nieuws op te vangen is."

„In de overheerde provinciën? ' vroeg Michael Strogoff eenigszins driftig.

„Juist, mijnheer Korpanoff, en het is wel waarschijnlijk dat wij elkander daar niet zullen ontmoeten!"

„Dat is zeker, mijnheer," antwoordde Michael Strogoff. „Ik houd heel weinig van geweerschoten en lanssteken; ik ben te vredelievend van natuur, om mij te wagen daar waar men vecht."

„Het spijt mij wezenlijk, mijnheer, dat wij zoo gauw van elkander zullen moeten scheiden! Maar, wanneer wij Ekaterinenburg ver» laten, zal ons gelukkig gesternte ons misschien nog wel tezamen laten reizen, al was het maar gedurende eenige dagen!"

„Gij begeeft u naar Omsk?" vroeg Michael Strogoff na een oogenblik overdenkens.

„Wij weten het nog niet," antwoordde Alcide Jolivet, „maar zeker gaan wij rechtstreeks naar Ichem door, en eenmaal daar zijnde, zullen wij naar gelang van omstandigheden handelen."

„Welnu, heeren," zeide Michael Strogoff,,,dan zullen wij tezamen naar Ichem reizen.

Michael Strogoff had zeker liever alleen gereisd, maar zonder dat het ten minste zonderling zou schijnen, kon hij niet trachten zich van twee reizigers te scheiden, die denzelfden weg gingen, als hij. Overigens, daar Alcide Jolivet en ziju reisgenoot plan hadden te

Sluiten