Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de regeeringstelegrammen achterstellende. Ook maakten Harry Blount en Alcide Jolivet er ruim gebruik van.

Tot hiertoe had Michael Strogoff dus zijne reis op bevredigende wijze volbracht. De koerier van den Czaar had nog geen oponthoud ondervonden en, indien het hem gelukte het punt om te trekken, waar de Tartaren onder Feofar-Khan tot voor Krasnoiarsk waren voortgerukt, dan was hij zeker van vóór hen te Irkoetsk aan te komen.

Den dag na hun vertrek uit Ekaterinenburg, hadden de beide tarrentassen het stadje Toeloeguisk bereikt, tegen zeven uur in den morgen, na tweehonderd twintig wersten afgelegd te hebben.

Daar werd een half uur met ontbijten doorgebracht. Het ontbijt afgeloopen zijnde, vervolgden de reizigers opnieuw hun weg met eene snelheid, die de belofte van een zeker aantal kopeken alleen verklaarbaar maakte.

Denzelfden dag, 22 Juli, 's nachts om éen uur, kwamen de beide tarentassen, na zestig wersten afgelegd te hebben, te Tioemen aan. Tioemen, waarvan de gewone bevolking tien duizend inwoners bedraagt, telde toen het dubbele. Deze stad, het eerste middelpunt van nijverheid dat de Russen in Siberië tot stand brachten, en waarvan men de schoone metaalsmelterijen en de klokkengieterij opmerkt, had nog nooit zulk eene levendigheid vertoond. _

De beide correspondenten gingen terstond op nieuwstijdingen uit.

Die, welke de Siberische vluchtelingen van het tooneel van den oorlog mede brachten, waren niet geruststellend.

Men vertelde onder anderen, dat het leger van Feofar-Khan de vallei van de Ichem met rassche schreden naderde, en men bevestigde dat kolonel Ivan Ogareff zich weldra bij het Tartaarsche opperhoofd zou voegen, zoo dit al niet reeds had plaats gehad.

Wat nu de Russische troepen betrof, men had ze voornamelijk uit de provinciën van Europeesch Rusland moeten oproepen, en zij waren nog te ver verwijderd, om aan den inval weerstand te bieden. Evenwel rukten de Kozakken uit het Gouvernement Tobolsk met geforceerde marschen naar Tomsk op, in de hoop van het 1 artaarsche leger te verhinderen verder voort te trekken.

's Avonds om acht uur kwamen de beide tarentassen te Yaloetorowks aan. Men verwisselde spoedig, en even buiten de stad moest men de rivier Tobel in eene veerpont over, dat hier gemakkelijk ging. Te middernacht werd het vlek Novo-Saimsk bereikt, na vijf en vijftig wersten (58 J kilometer) afgelegd te hebben, en de reizigers verlieten nu eindelijk den eenigszins heuvelachtigen bodem, bedekt met boomen, de laatste sporen van het Oeral-gebergte.

Hier begint nu eigenlijk hetgeen men noemt de Siberische steppe, die zich tot de omstreken van Krasnoiarsk uitstrekt. Het is eene eindelooze vlakte, eene soort van grazige woestijn, alwaar men niets anders zag dan de van afstand tot afstand aan weerszijden van den

Sluiten