Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vriend! sedert hoe lang ben ik in deze hut?r

„Sedert drie dagen."

„Drie dagen verloren!"

„Drie dagen, dat ge buiten kennis zijt geweest!"

„Hebt ge een paard voor mij te koop?"

„Hoe! wilt ge vertrekken?"

„Terstond."

„Ik heb noch paard, noch voertuig, vadertje! De Tartaren hebben alles meegenomen!"

„Welnu, dan ga ik te voet naar Omsk om een paard te zoeken."

"Eenige uren rust nog en ge zult beter in staat zijn de reis voort te zetten!"

Geen uur meer!"

„Kom dan!" zeide de moejiek, die wel inzag dat zijn gast met te overreden was. „Ik zal je dan zelf brengen," voegde hij er bij. „Trouwens er zijn nog zeer veel Russen te Omsk en ge zult misschien wel ongemerkt kunnen doorsluipen."

„Vriend," antwoordde M'ichael Strogoff, „moge de hemel je beloonen voor al hetgeen ge voor mij gedaan hebt!"

„Eene belooning! Alleen de dwazen verwachten die in deze wereld!'' antwoordde de moej iek.

Michael Strogoff wilde de hut verlaten, doch hij werd op eens duizelig, en, zonder dé hulp van den moejiek, zou hij neergevallen zijn. De open lucht evenwel herstelde hem oogenblikkelijk. Hij voelde toen den lanssteek, waarvan de kracht gelukkig door zijne bonte muts was gebroken. Met de zielskracht, die hij bezat, was hij er de man niet naar om zich door zoo weinig te laten terneerslaan. Eén doel had hij slechts voor oogen, namelijk: het verre Irkoetsk te bereiken! Maar hij moest Omsk doortrekken, zonder er zich op te houden.

„God bescherme mijne moeder en Nadia! mompelde hij. „Ik heb nog het recht niet om aan haar te denken!"

Michael Strogoff en de moejiek kwamen weldra in de door de kooplieden bewoonde wijk aan. Op verscheidene plaatsen waren de aarden wallen verwoest, en dit waren even zoovele openingen, waardoor voortdurend soldaten van Feofar-Khan binnenslopen, die, achtergebleven, zich aan roof en plundering overgaven.

Het groote marktplein geleek op een kamp; twee duizend Tartaren bivakkeerden er in goede orde. De paarden aan palen vastgebonden, maar opgetuigd, stonden gereed op het eerste bevel, te vertrekken, want Omsk kon slechts eene voorloopige halte zijn voor die Tartaarsche ruiterij, die de voorkeur moest geven aan de weelderige vlakte van Oostelijk Siberië, waar rijker steden, \ ïuchtbaarder velden gevonden worden, en waar bijgevolg meer gelegenheid tot plunderen zou bestaan.

Boven het hoogere gedeelte der stad, dat zich dapper tegen de

Sluiten