Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

emir werd gebracht. Zij koesterde dan ook de grootste vrees voor hem. Ivan Ogareff zoo in het openbaar met dien knoet getroffen, die haar had moeten treffen, was er de man niet naar om dit te vergeven, en zijne wraak zou geene genade kennen. Eene of andere verschrikkelijke straf bedreigde Michael Strogoff zeker.

Moeder en zoon waren onmeedoogend van elkander gescheiden geworden, sedert het noodlottige voorval in het kamp van Zabediero en sedert hadden zij elkander niet meer gesproken. Dit verergerde hunne ellende nog meer. Marfa Strogoff had haar zoon vergeving willen vragen voor al het kwaad dat zij hem onwillekeurig berokkend had. Indien zij zich te Omsk, in het posthuis, had kunnen inhouden toen zij hem aldaar toevallig ontmoette, zou Michael Strogoff zijn weg hebben kunnen vervolgen, zonder herkend te worden, en hoeveel ongelukken zouden dan vermeden zijn.

En Michael Strogoff van zijn kant dacht wel, dat Ivan Ogareff door zijne moeder in zijne tegenwoordigheid te plaatsen, van plan was hen beiden een verschrikkelijken dood te doen ondergaan. Wat Nadia betreft, zij vroeg zich af, wat zij zou kunnen doen om beiden, moeder en zoon te redden. Zij wist niet wat te bedenken, maar zij gevoelde wel eenigszins dat zij vooral moest vermijden om de aandacht tot zich te trekken; dat zij moest veinzen! Misschien dat zij daardoor de ketenen, die den leeuw gekluisterd hielden, zou kunnen verbreken. In elk geval moest zij eene gelegenheid afwachten om te kunnen handelen.

De meeste gevangenen waren nu voorbij den emir getrokken, en terwijl zij voorbijtrokken, moest elk hunner knielen met het hoofd in het stof, ten teeken van onderworpenheid. Het was de slavernij die met de vernedering begon. Wanneer deze ongelukkigen niet snel genoeg knielden, werden zij door de ruwe hand der wachters met geweld ter aarde geworpen.

Alcide Jolivet en zijn makker konden een dergelijk schouwspel niet bijwonen zonder eene wezenlijke verontwaardiging te gevoelen.

„Het is laf, laag! Laat ons heengaan," zeide Alcide Jolivet.

„Neen!" antwoordde Harry Blount. „Wij moeten alles zien!"

„Alles zien!.... Ha!" riep "Alcide Jolivet opeens uit, zijn makker bij den arm grijpende.

„Wat scheelt u?" vroeg deze.

„Kijk Blount! Zij is het!"

„Zij?"

„De zuster van onzen reisgezel! Alléén en gevangen! Wij moeten haar zien te redden...."

„Wees maar voorzichtig," antwoordde Harry Blount koel. „Onze tusschenkomst ten gunste van dat meisje zou haar eer nadeelig dan nuttig kunnen zijn."

Alcide Jolivet, gereed om toe te schieten, bleef dus staan, en

Sluiten