Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Michael Strogoff was zeer bezorgd hoe hij het zou aanleggen om dien breeden stroom over te steken. In gewone omstandigheden duurt de overtocht met ponten, bijzonder ingericht tot vervoer van reizigers, voertuigen en paarden, drie uur en gaat dan nog met de uiterste moeite gepaard. Hoe zou de kabitka nu, bij gebreke van eenig vaartuig, de overzijde bereiken?

„Ikzaler overkomen, hoehetookga/'zeideMichaelStrogoff telkens.

De dag begon aan te breken, toen de kabitka op den linkeroever aankwam, dezelfde waar eene der lanen van het berkenbosch op uitkwam. De oever was hier honderd voet boven den waterspiegel verheven. Men kon de Jeniseï hier dus over eene groote uitgestrektheid waarnemen.

„Ziet ge eene pont?" vroeg Michael Strogoff, naar alle zijden rond kijkende, alsof hij zijn gezicht nog had. „Het is nauwelijks dag, broeder," antwoordde het meisje. „De nevel hangt nog te zwaar over den stroom, zoodat men zijne wateren niet kan onderscheiden."

„Ik hoor ze loeien," antwoordde Michael Strogoff. Inderdaad liet zich uit de onderste lagen van den nevel een dof geraas van stroomen en tegenstroomen vernemen, die tegen elkander inwerkten. De op dit tijdstip des jaars zeer gestegen wateren, stroomden met het geweld van een stortvloed af. Allen luisterden, in afwachting dat de gordijn van nevelen zou optrekken. De zon steeg boven den gezichteinder en hare eerste stralen zouden deze dampen spoedig opslurpen.

„Welnu?" vroeg Michael Strogoff.

„De nevelen beginnen weg te drijven, broeder," antwoordde Nadia, „en het daglicht breekt er al doorheen."

„Ziet ge den waterspiegel nog niet, zuster?"

„Nog niet."

„Een weinig geduld, vadertje," zeide Nikolaas. „Het zal alles verdwijnen! Hoor! daar zet de wind op! Hij begint dien nevel al te verstrooien. De hooge heuvelen van den rechteroever vertoonen hunne boomrijen reeds. Alles gaat weg! Alles vervliegt! De goedige stralen der zon hebben dien berg van nevelen al verdikt. Ach! mijn arme blinde, hoe schoon is dat en wat een ongeluk voor u, dat gij zulk een schouwspel niet meer kunt zien!"

„Ziet gij een vaartuig?" vroeg Michael Strogoff.

Geen enkel," was het antwoord van Nikolaas.

„Zie goed rond, mijn vriend, op dezen en op den tegenoverliggenden oever, zoover uw gezicht reikt. Een vaartuig, eene boot, een kano van boomschors!"

Nikolaas en Nadia hadden zich, terwijl zij zich aan de meest vooruitgeschoven berkeboomen op het voorgebergte vasthielden, over den stroom gebogen. Een onmetelijk veld strekte zich toen voor hun blik uit. Op deze plaats is de Jeniseï niet minder dan anderhalve werst breed en vormt zij twee armen van ongelijke

Sluiten