Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat zal ons helpen om de Jeniseï over te steken."

„En het vlot?"

„De kibitka, die licht genoeg is om te drijven, terwijl wij haar en het paard bovendien met de lederen zakken zullen steunen."

„Goed bedacht, vadertje," riep Nikolaas uit, „en met Gods hulp zullen wij in eene goede haven aanlanden.... misschien niet in eene rechte lijn, want de stroom is zoo snel!"

„Wat maakt dat!" antwoordde Michael Strogoff. „Eerst er over en dan zullen wij aan de overzijde den weg naar Irkoetsk wel vinden".

„Aan het werk," zeide Nikolaas, die de zakken al ledigde en ze naar de kibitka droeg.

Een zak met koemijss werd bewaard; de anderen aan de kibitka en het paard bevestigd, waardoor het vlot gevormd was.

„Zult ge niet bang zijn, Nadia?" vroeg Michael Strogoff.

„Neen, broeder," antwoordde het meisje.

„En gij, vriend?"

„Ik!" riep Nikolaas uit. „Ik zie nu een mijner droomen verwezenlijkt: in eene kar te varen!"

De hellende oever te dezer plaatse was bijzonder geschikt om de kibitka te water te laten. In een oogenblik dreef alles, terwijl Serko dapper rondzwom.

Michael Strogoff hield de teugels van het paard en op aanwijzing van Nikolaas stuurde hij het dier in schuinsche richting. Zoolang de kibitka den stroomdraad volgde, ging alles goed en na weinige minuten was ze de kaden van Krasnoïarsk voorbij. Zij dreef naar het noorden af en het was blijkbaar dat zij den anderen oever ver beneden de stad zou bereiken.

De overtocht der J eniseï zou dus zonder groot bezwaar volbracht zijn, zonder de draaikolken; maar, niettegenstaande al de krachtsinspanning die Michael Strogoff betoonde, werd de kibitka onwederstaanbaar in een dier trechters medegesleept.

Toen werd het gevaar groot. De kibitka dreef niet meer naar den oostelijken oever af, maar zij draaide met een uiterste snelheid in een cirkel rond. Het paard kon het hoofd bijna niet meer boven water houden en stikte bijna, terwijl Serko op de kibitka een steunpunt had gezocht.

Michael Strogoff begreep wat er omging. Hij voelde dat hij werd medegesleept langs eene zich steeds vernauwende cirkelvormige lijn, waaruit geen ontkomen mogelijk was. Maar hij kon niet zien!

Nadia was stil. Zij hield zich krampachtig aan de stijlen van de kar vast, heen en weer geschommeld door de ongeregelde bewegingen van den toestel, die meer en meer naar het middelpunt van samendrukking overhelde.

Wat Nikolaas betreft, hij was volmaakt kalm. Het was alsof hij het leven van geene waarde beschouwde, gelijk de Oosterlingen, die het een logement voor vijf dagen noemen, dat men den zesden dag, goed

Sluiten