Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernement vergunning had verkregen om zich bij hem te Irkoetsk te voegen.

Xadia had Riga den ioen Juli moeten verlaten. De inval dagteekende van 15 Juli. Indien Xadia, op dit tijdstip, de grens was overgetrokken, wat was er dan van haar te midden der overweldigers geworden? Men begrijpt dat deze vader door ongerustheid verteerd werd, daar hij, sedert dien tijd, niets van zijne dochter had vernomen. Wassili Fedor maakte eene buiging voor den grootvorst en wachtte, tot hij ondervraagd werd.

,.Wassili Fedor," zeide de grootvorst tot hem, „uwe makkers in de ballingschap hebben gevraagd om eene keurbende te vormen. Weten zij dat men zich in zoodanig korps tot den laatsten man moet laten dooden?"

„Dat weten zij," antwoordde Wassili Fedor.

„Zij verlangen u als aanvoerder."

„Mij, Uwe Hoogheid?

„Stemt gij er in toe u aan hun hoofd te plaatsen?"

„Ja, indien het welzijn van Rusland het vordert."

„Commandant Fedor," sprak de grootvorst, „gij zijt geen balling meer."

„Ik dank Uwe Hoogheid, maar kan ik hen, die het nog zijn, bevelen?"

„Zij zijn het niet meer!"

Zoo verleende de broeder A an den czaar genade aan de makkers zijner ballingschap, die nu zijn wapenbroeders waren!

Wassili Fedor drukte vol aandoening de hand, die de grootvorst hem toestak en verwijderde zich.

Deze zeide glimlachend, terwij 1 hij zich tot zij ne officieren wendde:

„De czaar zal niet weigeren den genadebrief, dien ik op hem trek, aantenemen. Wij hebben helden noodig om de hoofdstad van Siberië te verdedigen en ik heb ze daar gemaakt."

Inderdaad was die gratie aan de ballingen te Irkoetsk verleend, eene daad van rechtvaardigheid, die van een goede staatkunde getuigde.

Het was toen nacht geworden. Door de vensters van het paleis schenen de vuren van het Tartaarsche kamp, die aan gene zijde van de Angara schitterden. De stroom kruide talrijke ijsschotsen, waarvan er eenigen tegen de eerste palen van de voormalige houten bruggen bleven liggen. Die welke de stroom in de vaargeul hield, dreven met buitengewone snelheid af. Het was blijkbaar dat, zoo als het hoofd der kooplieden had doen opmerken de Angara niet gemakkelijk over hare geheele oppervlakte kon bevriezen. Het gevaar om van die zijde aangevallen te worden, boezemde den verdedigers van Irkoetsk dus geene zorg in.

Het had tien uur 's avonds geslagen. De grootvorst was op het punt zijne officieren te laten weggaan en zich naar zijne vertrekken te begeven, toen zich een geraas buiten het paleis deed hooren.

Sluiten