Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot hiertoe had Ivan Ogareff slechts de waarheid gezegd, maar met het oogmerk om de verdedigers van Irkoetsk aan het wankelen te brengen, door de voordeelen door de troepen van den emir behaald, te overdrijven, voegde hij er bij:

„En eene derde keer vóór Krasnoïarsk.'

,,En dit laatste gevecht? " vroeg de grootvorst, wiens gesloten lippen aan zijne woorden bijna geen doortocht heten.

,,Het was meer dan een gevecht, Uwe Hoogheid, het was een veldslag."

„Een veldslag?"

„Twintig duizend Russen uit de provinciën en uit liet gouvernement Tobolsk aangerukt, ontmoetten honderd vijftig duizend Tartaren en werden, niettegenstaande hun moedig gedrag, vernietigd."

„Gij liegt!" riep de grootvorst uit, die te vergeefs zijne woede trachtte meester te blijven.

„Ik spreek de waarheid, Uwe Hoogheid, antwoordde Ivan Ogareff. „Ik was bij den veldslag van Krasnoïarsk tegenwoordig en daar ben ik gevangen genomen!"

De grootvorst hernam zijne bedaardheid en deed Ivan Ogareff door een teeken begrijpen, dat hij aan zijne geloofwaardigheid niet twijfelde.

„Op welken dag heeft die veldslag van Krasnoïarsk plaats gehad?' vroeg hij.

„Den 5en September."

„En nu zijn al de Tartaarsche troepen om Irkoetsk verzameld?

„Allen."

„En gij schat ze....?"

„Op vier honderd duizend man."

Nieuwe overdrijving van Ivan Ogareff in het begrooten der sterkte van de Tartaarsche troepen en altijd met hetzelfde oogmerk.

„En heb ik niet de minste hulp uit de westelijke provinciën te wachten?" vroeg de grootvorst.

..Volstrekt geene, Uwe Hoogheid, ten minste vóór den winter."

„Welnu, Michael Strogoff, verneem dan dit. Al mocht noch uit het westen, noch uit het oosten, mij eenige hulp geworden en al waren die barbaren ook zes honderd duizend man sterk, toch zal ik Irkoetsk niet overgeven!"

Het boosaardig oog van Ivan Ogareff knipte even. De verrader scheen daarmede te willen zeggen, dat de broeder van den czaar zijne rekening buiten het verraad maakte.

De grootvorst, die van een zenuwachtig gestel was, had groote moeite om zijne kalmte te bewaren, toen hij deze ongunstige tijdingen vernam. Hij liep heen en weer door de zaal onder de oogen van Ivan Ogareff, die hem verslonden als ëene voor zijne wTaak bestemde prooi. Hij stond voor de vensters stil, hij keek naar de

Sluiten