Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er verliep een kwartuur uurs, zonder dat hij eene andere vraag deed. Den brief vervolgens weder opnemende, herlas hij er eene zinsnede uit en zeide hij:

„Gij weet, Michael Strogoff, dat er op dit oogenblik sprake is van een verrader, voor wien ik mij wachten moet?"

,,Ja, Uwe Hoogheid."

„Hij moet trachten vermomd binnen Irkoetsk te dringen, zich van mijn vertrouwen meester te maken om daarna, op een gegeven oogenblik, de stad aan de Tartaren over te leveren."

„Dat weet ik alles, Uwe Hoogheid, en ik weet ook dat Ivan Ogareff gezworen heeft zich persoonlijk op den broeder van den czaar te wreken."

„Waarom?"

„Men zegt dat die officier door den grootvorst tot een vernederend verlies van zijn graad veroordeeld is."

„Ja.... dat herinner ik mij. .. maar dat verdiende de ellendeling die later tegen zijn land zou dienen en er een inval van barbaren zou heenvoeren!"

„Zijne Majesteit de czaar," antwoordde Ivan Ogareff, „hechtte er vooral veel aan dat gij verwittigd werdt van de booze plannen die Ivan Ogareff tegen uwen persoon smeedt."

„Ja.... de brief deelt mij dat mede...."

„En Zijne Majesteit heeft het mij persoonlijk gezegd en mij gewaarschuwd om, op mijne reis door Siberië, tegen dien verrader op mijne hoede te wezen."

„Hebt gij hem ontmoet?"

„Ja, Uwe Hoogheid, na den slag van Krasnóïarsk. Had hij kunnen vermoeden dat ik een brief overbracht aan Uwe Hoogheid gericht en waarin zijne plannen ontsluierd werden, hij zou mij geene genade verleend hebben."

„Ja, gij waart verloren geweest!" antwoordde de grootvorst. „En hoe hebt gij kunnen ontsnappen?"

„Door mij in de Irtisch te werpen".

„En hoe zijt gij binnen Irkoetsk gekomen?"

„Onder begunstiging van een uitval die dezen avond is gedaan om een Tartaarsche afdeeling terug te drijven. Ik heb mij onder de verdedigers der stad geschaard, ik heb mij doen herkennen en men heeft mij dadelijk voor Uwe Hoogheid gebracht."

„Goed, Michael Strogoff," antwoordde de grootvorst. „Gij hebt, gedurende die moeielijke zending, moed en ijver betoond. Ik zal het niet vergeten. Hebt gij mij eenige gunst te vragen?"

„Geene andere dan de vergunning om aan de zijde van Uwe Hoogheid te strijden," antwoordde Ivan Ogareff.

„Het zij zoo, Michael Strogoff. Van dit oogenblik verbind ik u aan mijn persoon en zult gij in dit paleis wonen."

„En, indien Ivan Ogareff, volgens de bedoeling, die men hem

Sluiten