Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Afstand is een onding!" schreeuwde Maston boven allen uit.

»Mijn vrienden!" ging Michel Ardan voort, »ik houd dit vraagstuk voor afgedaan. Als ik u allen niet overtuigd heb, ligt het aan de beschroomdheid mijner voordracht en de zwakheid van mijn betoog, niet aan het twijfelachtige der zaak. Hoe het zij, ik herhaal het: de afstand tusschen de Maan en de Aarde is in wezenlijkheid onbeduidend en niet waard dat een denkende geest er zich om bekommert. Ik geloof dus niet te veel te zeggen, als ik beweer, dat men mettertijd projectiel-treinen hebben zal voor een gemakkelijke reis naar de Maan. Daarop zijn geen botsingen, geen stooten, geen derailleering te vreezen, en men zal het doel bereiken, zonder vermoeienis, met snelheid, in een rechte lijn. Geen 20 jaren duurt het, of de helft der aardbewoners heeft een bezoek aan de maanbewoners gebracht?"

sHoezee! Leve Michel Ardan!" riepen allen, ook de minst overtuigden. , .

»Leve Barbicane!" antwoordde de redenaar bescheiden.

Deze uitroep werd met levendige toejuichingen begroet.

Barbicane, zeer voldaan over den gang der vergadering, vreesde toch nog steeds, dat zoodra de theoretische beschouwingen van Michel Ardan in practische antwoorden zouden moeten overgaan, de vragers het wel eens lastig konden maken. Ten einde dit te voorkomen, vroeg hij zijn nieuwen vriend, of hij dacht, dat de Maan en de planeten bewoonbaar zijn.

»Eer. moeilijke vraag," heette het; »mijn waarde voorzitter, bedrieg ik mij echter niet, dan zijn mannen als Plutarchus, Swedenborg, Bernardin de St. Pierre, benevens vele anderen, van oordeel, dat uw vraag met ja moet beantwoord worden. Op het standpunt van natuurwetenschap zou ik mij aan hunne zijde scharen.

Ik zou zeggen, dat hier op de aarde niets nutteloos bestaat en daarom denken, dat die andere werelden ook bewoonbaar zijn, of geweest zijn, of zullen zijn."

«Uitmuntend!" hoorde men door de naastbijstaanden uitroepen, terwijl Barbicane er bij voegde : »Goed geredeneerd. Ik verander dus mijn vraag; niet of de maan en de planeten bewoonbaar, maar of zij bewoond zijn."

»Ik voor mij ben daar zeker van," antwoordde Michel Ardan.

»Er is toch ook," merkte een ander aan, »nog al wat tegen te zeggen. Op vele der hemellichamen moeten het dan gansch andere wezens zijn. Om nu alleen van de planeten te spreken, op Neptunus, ja op Saturnus moet reeds alles stijf bevriezen."

»Het doet mij leed," antwoordde Michel Ardan, »mijn geëerden bestrijder niet persoonlijk te kennen, maar ik zal toch trachten hem te antwoorden. Zijn bedenking heeft waarde, maar ik geloof haar evenzeer te kunnen wederleggen als andere bewijsgronden

Sluiten