Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jectiel, zweefden te midden eener diepe stilte in de onbegrensde hemelruimte — waar kon men beter zijn ?

De vrienden zouden dan ook misschien wel — wie weet hoe lang — geslapen hebben, indien zij niet door een ongewoon gedruisch waren gewekt geworden, toen het, in den morgen van 2 December 7 uur was, acht uren na hun vertrek.

»Wat is dat?" vroeg Barbicane.

»De honden," zei Michel Ardan, zich de oogen uitwrijvende.

»Zij zullen honger hebben," meende Nicholl.

«Drommels," merkte Michel Ardan aan, »wij hebben de arme dieren vergeten."

Zij zochten en vonden eindelijk den eenen hond onder een divan gekropen. Verschrikt en versuft door den schok, had hij zich in dien hoek verscholen, totdat de honger en de stem van zijn meester hem te voorschijn deed komen.

Het was de beminnelijke Diana, die bevende uit haar schuilhoek kwam kruipen. Michel Ardan lokte het dier tot zich met de zoetste woordjes.

»Kom Diaantje, kom mijn beestje! Kom Evaatje! Wie weet of je niet bestemd zijt de stammoeder te worden van een maanhondengeslacht. Kom hier bij den baas!"

De hond kroop naar Michel Ardan toe en jankte.

»Goed en wel!" sprak Barbicane, »ik zie Eva wel, maar waar is Adam?"

»Adam," antwoordde Michel Ardan,"' zal zoo heel ver niet zijn. We zullen hem roepen."

»Kom Wachter... Wachter, Wachter! Pst!"

Maar Wachter liet zich niet zien. Diana bleef voortjanken. Bij onderzoek bleek, dat de hond niet gekwetst was; Michel Ardan gaf het dier een lekker kluifje.

Wachter was nergens te vinden. Zij zochten en zochten in hoeken en gaten; eindelijk vonden zij hem in een verscholen hoek, ergens boven in het projectiel. Het beest bevond zich kennelijk in een treurigen toestand.

»'t Ziet er niet naar uit, er maanhonden van te maken!" schertste Michel Ardan.

Voorzichtig namen zij den hond op. Zijn kop was tegen de zoldering geslagen en die slag scheen zoo goed als doodelijk te zijn geweest. Doch de vrienden beproefden hem op een kussen te leggen, waar het arme dier een diepen zucht slaakte.

»Wij zullen je goed verzorgen," zei Michel Ardan. »Wij zijn verantwoordelijk voor je leven. Ik was liever een arm kwijt dan dat mijn arme Wachter een poot moest missen."

Dit zeggende gaf hij den hond een kom water; het dier dronk gretig.

Sluiten