Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarop vestigden onze reizigers hun oogen op de aarde en de Maan. De aarde was een schijf met aschgrauw licht, aan de eene zijde een lichtende sikkel; de maan daarentegen was bijna geheel verlicht.

«Sakkerloot!" riep Michel Ardan, »het spijt me geweldig, dat wij niet vertrokken zijn bij Volle aarde, dat wil zeggen, toen onze aardbol tegenover de zon stond."

=Waarom ?" vroeg Nicholl.

»Omdat wij dan het licht anders zouden hebben zien vallen op onze vaste landen en onze zeeën. En dan zouden we ook de beide polen gezien hebben, tot welke het menschelijk oog nooit is doorgedrongen."

«Ongetwijfeld," antwoordde Barbicane, »maar als de Aarde Vol was geweest, zou de maan Nieuw geweest zijn en dus onzichtbaar. En dan is het toch beter dat het punt waarheen wij gaan verlicht is, dan dat van waar wij zijn vertrokken."

»Gij hebt gelijk, Barbicane," antwoordde kapitein Nicholl, »en bovendien — wanneer wij de maan bereikt hebben, zullen wij in de lange maannachten tijd in overvloed hebben om uit te zien naar dien wereldbol, waarop onze gelijken dooreen krioelen."

>Onze gelijken!" riep Michel Ardan uit. »Onze gelijken — dat zijn zij nu niet meer dan de maanbewoners. Wij bewonen een wereld op ons eigen handje, het projectiel, en wij zijn met ons drieën! Ik ben zoo goed als Barbicane en Barbicane is zoo goed als Nicholl. Wij hebben met het geheele heelal niets meer te maken en zijn de eenige bewoners van dit poppenwereldje, totdat wij maanbewoners zullen worden."

»In omtrent 24 uren," merkte de kapitein aan.

»Dat wil zeggen?" vroeg Michel Ardan.

»Dat wil zeggen, dat het half negen is," antwoordde Nicholl.

»WeInu," zei Michel Ardan, »ik kan onmogelijk zelfs een schijn van reden vinden om niet oogenblikkelijk te ontbijten."

En inderdaad, de bewoners van het nieuwe hemellichaampje konden er niet leven zonder eten, en hun maag ondervond op dat oogenblik de onweerstaanbare macht van den honger. Michel Ardan verklaarde zich als Franschman voor opperhofmeester, naar welke bediening niemand zich als mededinger opwierp. Het gas gaf hitte genoeg om de spijzen gereed te maken en de koffer met mondbehoeften leverde het benoodigde voor den eersten maaltijd.

Zij begonnen met uitmuntende soep, vervaardigd van Liebigkoekjes met beste Julienne. De Liebigjes waren gemaakt van het beste rundvee uit den Pampas. Zij waren, benevens de Julienne-groenten, begoten met kokend water, waartoe de gasbek zijn diensten had geleend. Op die soep volgde onberispelijke biefstuk, zoo malsch als ooit in de beste restauratie is opgedischt. Schoon die biefstuk on-

Sluiten