Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel honderd kleinere omringd was — een onoverzienbaar groote schuimspaan, gelijk Michel Ardan het noemde. Doch alles dood en

dor, eeen teeken van leven. , ,

Zoo snelden bergen en krater en bulten en holten onder hun oogen voorbij, totdat hun blikken eindelijk rustten op den Tycho, den prachtigsten van alle maanbergen.

Niemand, die ooit een kijker naar de \ olie Maan gericht heeft, of hij heeft op haar zuiderhalfrond dat schitterend punt opgemerkt. Michel Ardan putte zijn geheelen voorraad van beelden en vergelijkingen uit om het te roemen. In zijn oog was de Tycho ee gloeiend brandpunt van licht en gloed een krater, mets dan vuurstralen brakende, de naaf van een schitterend rad, een onmetelijk oog dat vlammen schoot, een glorie om het hoofd van Pluto.

Men heeft geen kijker noodig om dat prachtig lichtpunt de Aarde te zien, dat is: op een afstand van bijna 70,000 uren gaans. En wat moet het dan voor onze reizigers geweest zijn op een afstand van slechts 500 kilometer, en bovendien niet belem merd door den dampkring! Hun oogen konden dan ook het gezlcht ?an dien vuurgloed niet verdragen en Barbicane en zijn vnenden waren genoodzaakt hun kijkers te wapenen met de verdon^ rende glazen, welke men gebruikt bij het waarnemen der zon. Stom van verbazing en geestdriftig staarden zij het prachug schouwspe aan. Al hun gewaarwordingen vereenigden zich op dat eene

nnnt {tgIiiW het leven in het hsrt.

De Tycho behoort tot die bergen, van welke lichtstrepen uitgaan evenals 'de Aristarchus en de Copernicus. Maar hij is van alle de geregeldste en levert een krachtig bewijs, dat het tegenwoor ïg voorkomen der maanoppervlakte door vulkanische werkingen is ontstaan. De middellijn van zijn krater meet 87 kilometer. Diekra is niet volkomen rond, maar een weinig langwerpigenwordt ogeven door een menigte ringvormige wallen ter hoo^e ^ meter. Het is als een kring Mont-blancs, van welke schitterend

llCHet11 opmerkelijke, alleen aan dezen berg eigen, is,dat zijn krater vol bulten is, die zelfs de photographie nog niet in staat was af te beelden. Bij Volle Maan vertoont zich de Tjcho het prachtigst. Men ziet dan geen schaduw; het is een aaneenschakeling van kraters, holten, heuvels, kammen, alsof aHes 1 éen punf des tijds verstijfd is door natuurwerkingen, van welker kracht wii ons eeen voorstelling kunnen maken.

Hun afstand van de Maan was op dat oogenbl.k niet zoo groot of zii konden den Tycho in de voornaamste bijzonderheden zien. Zelfs boven de vlakten in het rond staken een menigte afzonde,, lijke bergtoppen uit. Een stad, midden in dien krater gebouwd, zou onverwinbaar sterk zijn geweest.

Sluiten