Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»De hand laten wij daar, maar het steentje kan wel een komeet geweest zijn, of misschien ook een uitbarsting uit het inwendige der Maan."

»Dus zooveel als een eruptie!"

Inmiddels was de invloed der zonnewarmte op het projectiel aanmerkelijk toegenomen. Kort geleden hadden de reizigers het fel koud, nu werden zij flauw van de hitte.

»Wij worden zoo zoetjes aan er op voorbereid om met die snelle afwisseling van hitte en koude maanbewoners te worden," sprak Michel Ardan zich het gelaat afvegend.

»Daar hebben wij de maanbewoners weer 1"

»Nu ja, maar 't is toch wel de moeite waard daarover te spreken."

»Dan doen zich," antwoordde Barbicane, «twee vragen op: is de Maan bewoonbaar, en is zij bewoond geweest ?"

»Dus eerst — is zij bewoonbaar?" zei Nicholl.

»Ik weet het niet," verklaarde Michel Ardan.

»En ik zeg: neen!" sprak Barbicane met nadruk. »De Maan is meer dan waarschijnlijk niet bewoonbaar, ten minste in haar tegenwoordigen toestand, met geen of zoo weinig als geen lucht, met haar uitgedroogde zeeën, haar watergebrek, haar scherpe afwisseling van hitte en koude, haar nachten en dagen van 354 uren. Onder die omstandigheden kan er, dunkt me, geen dierlijk leven bestaan en geen behoefte van eenig levend wezen, zooals wij het begrijpen, vervuld worden."

»Maar die wezens zouden anders gevormd kunnen zijn dan wij," meende Nicholl.

»Dat is moeilijker te beslissen," oordeelde Barbicane. «Toch zal ik het beproeven, maar moet beginnen met mijn vriend Nicholl te vragen, of hij niet gelooft, dat beweging een noodwendig uitvloeisel van leven is."

»Zeker," antwoordde Nicholl.

»Welnu. Wij hebben de oppervlakte der Maan waargenomen op een afstand van 500 kilometer en toch hebben wij op de geheele Maan het allergeringste spoor van eenige beweging niet gezien. Het bestaan van redelijke wezens zou toch wel door het een of ander gebleken zijn. Maar wat hebben wij gezien ? Overal verschijnselen der doode stof, nergens een levende schepping. Indien er dus dierlijk leven is, moet het zich verscholen houden in afgronden en spelonken, onbereikbaar voor onzen blik. En dat kan ik niet denken, want men zou er dan toch wel ergens eenig spoor van bemerkt hebben. Maar — nergens! Er schiet dus niets over, dan aan te nemen dar er levende wezens zijn zonder eenige beweging."

»Met andere woorden: levende wezens zonder leven," zei Michel Ardan.

Sluiten