Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Een lafaard ? Hoe meen je dat ?

— Neen, Grootmoê! geen uitwijkingen ; ik dring ernstig aan op een kort en waar: ja of neen.

— Een lafaard dus ? — neen, mijn jongen.

— Was ik misschien vreesachtig en bang?

— Neen, dat weet ik nog best; — je was eigenlijk een schavuit, — een haantje de voorste.

— Werd ik later ook dom-bijgeloovig, een geestenziener of zoo iets ?

— Ben je integendeel niet wat te „verstandelijk", om de uitdrukking van je vriend Janus te bezigen ?

— Dus aan bijgeloof vindt U me ook niet schuldig ?

— Maar waartoe dat examen, zeg ? Je zult je zeiven nu toch wel ten naastenbij kennen, dat dient ten minste met zoon diepen dertiger wel.

— Nog één antwoord, Grootlief! — U weet dat ik de dichtkunst bemin; maar hebt u ook gemerkt dat ik zoo'n „onmatig" poëtische verbeelding bezit, dat ik ongeschikt ben geworden voor 't practische leven, of voor mijn maatschappelijke betrekking ?

— Hoor eens: je betrekking zelf maakt immers mijn „neen" overbodig. — En nu beantwoord ik niet één vraag meer; — ik ben te nieuwsgierig

— Ge hebt een heel pak van mijn hart genomen, Grootlief—De Sprookjes van Moeder de Gans hebben dus mijn geest of karakter niet geschaad — wel tegen eenzijdige vorming behoed ? Dat wilde ik uit uw mond vernemen; want deze is de kwestie: ik ben aangezocht om die Sprookjes op nieuw te berijmen, en dan zullen ze met de verrukkend schoone platen van Doré geïllustreerd worden. Had u mijn vragen nu met „ja" beantwoord, dan had ik den uitgever bepaald „neen" op zijn voorstel gezegd; nu echter zal ik hem „ja" schrijven. Doch verplicht mij nu ook nog uw oordeel over dat plan te zeggen?

Mijn oordeel? — En dat in twee woorden? — even geduld — Jongenlief! weet je nog wel dat ik je al vroeg voor de prentenwinkels liet kijken, en je aanmoedigde bij je teekenonderricht? — Dat ik je zocht te omringen met voorwerpen, die schoon van vorm waren, en een zachte kleurenharmonie in de huiskamer daarstelden ? Je vatte er toen zeker 't opvoedende element niet van; nu wèl, zoo ik begrijp uit je ingenomenheid met Doré's kunstwerk. En dat zullen, hoop ik, de Nederlandsche ouders en Grootmoeders ook doen; zij zullen

Sluiten