Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zoo verschriklijk leelijk

stond dit den edelman,

Dat, als men hem maar aankeek,

dan schrikte men ervan. — Nu woonde er dicht bij 't schoonste

kasteel, dat hij bezat,

Een dame, die twee mooie

en lieve dochters had. En Blauwbaard zond een boodschap

aan de adellijke vrouw,

Dat hij met een van beiden

wel gaarne trouwen zou.

Mama moest zelf maar kiezen, —

zoo sprak hij met haar af, —

Wie zij hem van haar dochters

het liefst ten huwelijk gaf.

Maar geen der beide meisjes

had zin in zulk een man;

Zoo'n Blauwbaard was niet alles!

wat keek hij barsch ! — En dan

Hij had verscheiden vrouwen

gehad in vroeger tijd;

Maar wat er mee gebeurd was,

wist niemand wijd of zijd. — Nu liet eens Blauwbaard vriendlijk

verzoeken aan Mevrouw,

Of zij er met haar dochters

pleizier in hebben zou

Bij hem reis te logeeren;

veel eer zou dat hem zijn !

„Mijn kelders — liet hij zeggen, —

zijn vol met lekkren wijn;

,,Fijn fruit groeit in mijn boomgaard,

pluk daar het rijpste van ;•

Sluiten