Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat 's dat, mijn kind?" — vroeg zij meëlijdend,

„rukt ge u de haren uit het hoofd, „En worden door een stroom van tranen

uw oogjes heel van glans beroofd? „Weet gij dan niet dat juist dit middel

u uitkomst geeft en hulp bereidt? „Vlucht met dit ezelsvel omhangen,

en ga, waar 't goed geluk u leidt; ,,'k Verzeker u dat ge eens uw vader

vol vreugde weer aanschouwen zult.

„Dit kistje, met uw prachtsieraden

en wonderkleederen gevuld,

„Zal ongezien u altijd volgen

en bij u zijn, waar gij ook gaat;

„Hier is mijn tooverstaf, en als ge

nu op den grond daarmede slaat,

„Dan zal dit wonderbare kistje

op eens geopend voor je staan, „En kunt ge u kleeden naar verkiezing;

doch — trek nu 't vel van d' ezel aan „Neen, draal niet langer, spoed u henen,

en ga de wijde wereld in." — De kroonprinses nam dan ook afscheid

van haar goedhartige vriendin,

Wreef zich met roet gelaat en handen,

en toen, gekleed in dé ezelshuid,

Sloop ze ongezien 't paleis haars vaders

door de achterpoort zeer haastig uit.

De vlucht der kroonprinses — geen wonder! —

bracht heel 't paleis in rep en roer;

De goede koning was wanhopend;

hij riep zijn dienaars en bezwoer.

Sluiten