Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18. Een liedje van Koppelstok.

A. J. SCHOOLEMAN.

f Marschmatig.

1. In naam van O - ran - je, doet o - pen de poortI De

2. De vloot is met vijf - dui - zend kop - pen be - mand, De

3. Komt, geeft de ver - zeek' - ring, 'k moet spoe - dig te - rug, De

4. Hier dringt men naar bui - ten, daar schuilt men bij - een En

Wa - ter - geus ligt aan den wal; De vloot - voogd der Geu - zen, hij

man - nen zijn kloek en vol vuur. Een oo - gen - blik nog en zij

klok heeft het uur reeds sje - meld. Ik zeg 'tu, geeft gij mij de

spreekt o - ver Kop - pel - stoks last: „De stad in hun han - den of

maakt geen ak - koord, Hij vor - dert Den Briel of uw val. Dat

stap - pen aan land, Zij wach - ten be - richt bin - nen 'tuur: Gij

sleu - tels niet vlug, Dan is reeds uw von - nis ge - veld. De

an - ders den dood ..'t Be - sluit tot het eer - ste staat vast 1 Maar

Sluiten