Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT DE NACHTEGAAL VERTELDE, EN VAN EEN GEVANGEN LEEUWERIK.

Nu kwamen Benno en Mosbaard aan een beekje dat midden door het bosch stroomde. Het water glinsterde in den maneschijn en op een takje zat een vogeltje dat zong zoo prachtig, als Benno 't nog nooit had gehoord. „Dat is de nachtegaal, Benno," zei Mosbaard, terwijl ze samen aan den rand van het beekje gingen zitten, — „en weet-je wat hij zingt? Nu vertelt hij ons: hoe het „daarginds achter het bosch al licht begint te worden „en dat de nacht nu gauw om wezen zal." Benno was erg blij, toen hij dit hoorde; en hij vroeg: „Kan jij „alle , vogeltjes verstaan Mosbaard? De molenaar heeft „een leeuwerik, die zit in een kooitje, op een klein rond „gras-zoodje — en als die piepte heb ik er veel naar „geluisterd, en het was net of 't erg droevig en treurig „was. Wat zou dat beteekenen, Mosbaard?" — „Ach, „lieve jongen," zei Mosbaard, „toen dat leeuwerikje nog „vrij was kon hij den heelen dag hoog de lucht in „vliegen, zingend omhoog, naar de zon, — maar nu, nu „moet hij zijn leven lang op zijn gras-zoodje blijven „zitten, want als hij ging vliegen zou hij zijn vlerkjes „breken tegen de tralies van zijn kooi. Begrijp je nu „waarom zijn liedje zoo droevig is?" — Ja, nu begreep Benno het en dacht: „Ik zal nooit een vogeltje vangen „om het zoo in een kooitje op te sluiten; dan hoor ik -„het liever zingen in het bosch, zooals deze nachtegaal."

Sluiten