Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR HUIS.

Het was natuurlijk maar een grapje van de dansende bosch-elfjes; ze wisten héél goed dat de zon al opgegaan was, de heele lucht zag er immers rood van, en overal zongen de vogeltjes hun morgenliedjes in de boomen. En wat zag Benno nu? Vlak voor hem lag de weg naar zijn dorpje; de weg waarlangs hij gisteren met Marietje en kleine zus was gegaan. En kijk eens — daar lag hun huisje en de schoorsteen rookte: Moeder was al op! En opeens was het of hij zoomaar door de muren heen in het huisje kijken kon, en of hij zijn moeder staan zag, bij het vuur, — en zij had tranen op de wangen; zeker huilde zij omdat niemand wist waar Benno was gebleven ... En die gedachte, hoeveel verdriet hij haar had gedaan, maakte Benno zoo bedroefd, dat hij dadelijk afscheid van Mosbaard nam. „Dank je wel, Mosbaard," zei hij, „dat je mij weer terecht hebt geholpen. Ik zal „het moeder zeggen. Dank je wel hoor!" — en toen liep hij zoo hard hij maar kon den weg op naar het dorpje. Mosbaard hoorde hem in de verte nog roepen: „Moeder! „moeder!" — en ging toen met de andere kabouters hun holletje in. - En hij dacht: „Wat een aardige jongen, die „Benno; maar hij mag wel wat voorzichtiger zijn en niet meer „alleen in het bosch gaan. Want als ik er niet was geweest, „wie weet hoe het dan nog met hem was afgeloopen!"

Sluiten