Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LÊON's RECHTSPRAAK, Deel II, Afl. 1

RECHTSPRAAK

EN

VOORNAAMSTE LITTERATUUR

OP

1° de Wet van 18 April 1827, Stbl. 20 (tekst: 1911, Stbl. 146), op de Rechterlijke Organisatie en het beleid der Justitie, — met een Inleiding tot deze wet, behelzende Jurisprudentie en Litteratuur, voornamelijk over Algemeene Reginseleii van Rechtspraak en Rechterlijke Competentie, en de verhouding; van den competenten rechter tot het administratief gezag, gevolgd door een overzicht der Algemeene litteratuur over de Rechterlijke Organisatie in binnen- en buitenland;

2° de Reglementen ter voldoening aan art. 19 wet R. O., vastgesteld bij Kon. Besluit van 14 September 1838, 8tbl. 36 (tekst: 1911, Stbl. 147; 1929, Stbl. 422; 1J16, Stbl. 469);

3° de Wet van 10 November 1875, Stbl. 204, tot opheffing der provinciale Hoven;

4" de Wetten van 9 April 1877, Stbl. 74—78, en van 5 Juli 1910 Stbl. 181 en 182, op de samenstelling der rechterlijke kolleges, rechterlijke indeeling en bezoldigingen griffierechten;

5° het Kon. Besluit van 8 Maart 1879, Stbl. 40, op de oude rechterlijke archieven;

6° het Kon. Besluit van 23 Februari 1909, Stbl. 59, op de rechtsmacht van den Hoogen Raad in Suriname en Cura^ao ;

7° de Wetten op het Tarief in burgerlijke zaken van 28 Augustus en 29 December 1843, Stbl. 37—40, 66 en 67;

S° de Wet op het Tarief in strafzaken van 18 April 1874, Stbl. 66 (tekst: 1920, Stbl. 695)

DOOR

DR L. VAN PRAAG

Supplement op liet Eerste Gedeelte

Boekh. vh. Gebr. Belinfante, n.v. — 's Gravenhage n.v. A. W. Sijthoff's Uitgevers-Mij — Leiden = 1930 =

Sluiten