Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 5.

noemde vonnis in den zin van art. 1954 B. W. elke beslissing in materieelen zin, gemotiveerd tot stand gekomen ter regeling van .den rechtstoestand der partijen, nadat deze haar opvattingen ter kennis van den rechter hebben kunnen brengen.

Vgl. nog naar aanleiding der nu afgeschafte huurwetten, H. R. 24 Juni 1921 W. 10789, N. J. 1921 p. 954, W. P. N. R. 2718; concl. O. M. vóór H. R. 6 Nov. 1922 N. J. 1923 p. 102; Hof 's-Gravenhage 11 April 1927 N. J. 1928 p. 800t; Hof 's-Hertogenbosch 8 Nov. 1921 W. 10865, N. J. 1922 p. 1194; Rb. Maastricht 4 Juni 1925 W. 11400, N. J. 1926 p. 279 en 12 April 1923 W. 11067; Ktg. Almelo 16 Jan. 1921 N. J. 1922 p. 991; Ktg. Amsterdam 21 Nov. 1922 W. 10964; Ktg. Enschedé 10 April 1924 W. 11181; Ktg. Zaandam 22 Jan. 1925 N. J. 1926 p. 282. Deze jurisprudentie betreft de bepaling in de huurwetten dat geen rechtsmiddel tegen de beslissing des Kantonrechters was toegelaten dan cassatie in het belang der wet. Was daarmee enkel bedoeld de anders gangbare processueele rechtsmiddelen van hooger beroep, enz. uit te sluiten, dan volgde hieruit nog niet dat men een beslissing ook niet incidenteel met succes van onwettigheid kon betichten (zie nader hierna bij Inl. p. 452 reg. 4 v. b.). En was die betichting geoorloofd, dan hadden de beslissingen ook geen gezag van gewijsde. Maar moest men in de bedoelde wetten het woord rechtsmiddel zoo ruim nemen dat de zooeven aangeduide betichting ook werd uitgesloten, dan volgde uit de wet dat tegen de beslissing van den Kantonrechter op geen andere wijze kon worden gereageerd dan de wet zelf aangaf, zoodat dan de wet aan die beslissing implicite gezag van gewijsde toekende. Vgl. den aanhef van Inl. no. 2: „afgezien van speciale wetsbepalingen hieromtrent". In deze woorden ligt opgesloten dat beslissingen van voluntaire jurisdiktie wel gezag van gewijsde kunnen hebben, doch enkel indien het volgt uit speciale wetsbepaling. Op dit punt vgl. nog Assek-Anema, Handl. N. B. R., V, 2e dr. p. 330—331, die den rechter vrij acht naar den aard der zaak te beoordeelen, of

Sluiten