Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 131.

P. 131, al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. nog H. R. 1 Febr. 1918 W. 10249 p. 2—3, N. J. 1918 p. 334; 24 Jan. 1913 W. 9473, N. J. 1913 p. 405; Hof 's-Gravenhage 24 Juni 1907 W. 8600, P. v. J. 676.

P. 131, al. 2, reg. 1. — Na „formeele" in te voegen: (in den zin van processueele, zij het dat de verhouding betrekking heeft op het materieele procesrecht)

P. 132, al. 1 i. f. —■ Toevoeging: Andere voorbeelden bij H. R.

23 Juni 1916, boven bij Inl. p. 129 geciteerd; H. R. 29 Mei 1914 W. 9712 (met noot J. W. M.), N. J. 1914 p. 785; 31 Juli 1908 W. 8750, R.spr. 209 § 59, P. v. J. 780; Hof's-Hertogenbosch 2 Jan. 1917 W. 10113, N. J. 1917 p. 928.

P. 132, reg. 10 v. b. — Bij „gewijsde" een noot: In dien geest Rb. 's-Hertogenbosch 1 April 1910 W. 9070, gewezen naar aanleiding van art. 339 Rv. Met dat vonnis is m.i. niet in strijd, omdat het een andere casuspositie betrof, Rb. Groningen 26 Juni 1914 W. 9682, naar aanleiding van art. 336 lid 1 Rv., welke bepaling kennelijk een formeel eindvonnis op het oog heeft (zie H. R. 14 Mei 1915 W. 9841, N. J. 1915 p. 879, W. P. N. R. 2387; Hof 's-Gravenhage 11 Juni 1915 W. 9841, N. J. 1916 p. 184).

P. 132, reg. 9 v. o. — Na „geappelleerd" toe te voegen: (met welke opvatting Meijers in W. P. N. R. 2432, noot2opH.R.

24 Maart 1916, blijkbaar instemt).

P. 133, reg. 1 v. b. — Na „beslissing?" in te voegen: (Vgl. H. R. 31 Dec. 1909 W. 8958, R.spr. 213 § 44, P. v. J. 923, op het eerste onderdeel van het tweede cassatiemiddel. — Na „7473" in te voegen: Hof Arnhem 15 Jan. 1902 W. 7779; Rb. 's-Hertogenbosch 24 April 1908 W. 8752.

P. 133, reg. 13 v. b. — Na „nu" in te voegen: in Frankrijk

P. 133, reg. 15 v. b. i. f. toe te voegen: Japiot in Revue trim. de droit civ. 1912 p. 547—576 jis p. 582-586, 1913 p. 235—243;

P. 133, reg. 16 v. b. — Garsonnet, zie nu 3e dr. III no. 623 p. 278—280.

Sluiten