Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-DU

P. 165.

toe te kennen ten opzichte van de leer van het gezag van gewijsde.

P. 166, reg. 3 v. o. — Toevoeging: Wordt daarentegen de hier bedoelde grondslag door den rechter wel als bestaande aangenomen, maar toch de eisch ontzegd, dan berust die ontzegging niet op zijn beslissing over den grondslag en heeft deze laatste geen gezag van gewijsde. Eischer had slechts bindende beslissing over den grondslag verlangd, voorzoover hierop de uitspraak omtrent zijn vordering zou steunen. Vgl. diss. Kuhn p. 115—116. — Ontkent de rechter den grondslag en ontzegt hij den eisch, dan heeft zijn beslissing enkel gezag van gewijsde, voorzoover de grondslag is een rechtsbetrekking, niet als hij is een bloot feit; daarover geeft de rechter slechts dan een bindende beslissing, als dat uit de wet volgt of bij wijze van noodzakelijke gevolgtrekking uit zijn bindende beslissing over een rechtsverhouding; vgl. Anema 1. 1. p. 345—347.

P_ 167—170. — Bij deze blzz. vgl. boven bij Inl. p. 89 reg. 4 v. o.

P. 168, noot. — Toevoeging: Zie nog W. P. N. R. 1950 p. 243— 245, met verbetering in no. 1952.

P. 171, reg. 12 v. b. — Bij „C. P. O." een noot: Deze bepaling is sedert weer gewijzigd.

P. 171, reg. 14—15 v. b. — „Gaüpp-Stein, zie Stein-Jonas, 12e dr. I p. 669 (1°).

P. 171, reg. 17 v. b. — Na „184" in te voegen: en in R.Mag. 1907 p. 342-343

P. 171, no. 7 i. f. — Toevoeging: Ygl. boek II, tit 1, afd. 3, art. 2 (182) Ontw. 1920 Rv. met M. v. T. p. 120—121. — Over den samenhang van de z. g. objektieve grenzen van het gezag van gewijsde met die, waarbinnen de wet verandering van den eisch veroorlooft, zie Schmidt (boven bij Inl. p. 158, al. 2 i. f. geciteerd) p. 756 ja p. 758; Hellwig, Syst. I p. 374; Fb. Lest, Die Gesetzeskonkurrenz... II (1916) p. 349—360, 428—451, jis p. 320—349. — Vgl. nog noot E. M. M. in N. J. 1929 p. 673 op H. R. 13 Dec. 1928.

Sluiten