Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 236.

P. 236, noot, reg. 1. — Art. 222 Gem.wet is gewijzigd: wet 1909 Stbl. 416.

P. 236, noot, reg. 2—3. — De woorden „tegen een ander dan den gemeente-ontvanger" zijn te schrappen, zie Inl. p. 352 noot.

P. 236, noot i. f. Toevoeging: Zie Inl. p. 351 — 352 voor H. R. 17 Mei 1907 en vgl. De Monchy, daar geciteerd.

P. 237, al. 2. — Wet 1906 Stbl. 72 en art. 265 Gem.wet; vgl. boven bij Inl. p. 233.

P. 237, reg. 4 v. o. — Bij „onttrekken?" een noot: De vraag is enkel gesteld voor het geval dat de onttrekking geschiedt bij een geschreven bepaling. Denkbaar is ook een ongeschreven regel van staatsrecht, die haar meebrengt, vgl. Inl. p. 559 vv.

P. 238, reg. 4 en 9 v. b. — Art. 121 Grw. 1887, nu art. 122.

P. 239, al. 1 i. f. — Deze voorstelling, steunend op art. 624 i. f. Rv., is door den Hoogen Raad verworpen, zie boven bij Inl. p. 75, het nieuwe no. 82.

P. 239, al. 2. — Art. 153 Grw. 1887, nu art. 154.

P. 240, reg. 14—13 v. o. — In plaats van „nos. 4, 9, 11 en 18", lees: no. 1 (verwijzing naar Themis 1920 p. 1 vv.).

P. 241, reg. 6 v. b. — In plaats van „§ 1" lees: no. 2 (verwijzing naar Themis 1920). — Bij het slot van dien regel een noot: M. i. kan er bij de hier bedoelde uitspraken geen gezag van gewijsde bestaan wegens ontstentenis eener bepaling der Rijkswet, waaruit dat gezag zou zijn af te leiden.

P. 241, al. 3 i. f. — Toevoeging: Ygl. voorts het in Themis 1919 p. 439 in de noot over Rb. Dordt 28 April 1909 W. 8950 gezegde aangaande het niet uiteenhouden der onttrekking van zeker praejudicieel geschilpunt aan de beoordeeling der rechterlijke macht en de gebondenheid dier macht aan een voorafgaande beslissing hieromtrent van anderen.

P. 241, reg. 1 v. o. — In plaats van „nos. 3 en 10", lees:no. 2, verwijzing naar Themis 1920, alwaar 'zie p. 194

P. 243, noot. — Vgl. boven bij Inl. p. 89, reg. 4 v. o. en bij p. 162 reg. 4—5 v. b.

Sluiten