Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 278.

haar in het daarbij besliste proces beweerde recht niet meer doen gelden tegen hem, die dat proces heeft gewonnen, maar behoudt zij toch dat recht zelf. Die voorstelling is m. i. in strijd met de strekking der gezag van gewijsde hebbende vaststelling omtrent de materieele rechtsverhouding tusschen partijen. — Zie voorts Lent, (boven bij Inl. p. 171 no. 7 geciteerd) II p. 165 vv. Hij bestrijdt p. 242—279 Pagenstecher. Dat doet ook Goldschmidt 1. 1. p. 164—211. Van Lent zie nog 1. 1. p. 212—213 (V°). Wat hij p. 282—285 zegt wordt ontzenuwd door hemzelf p. 285 en door het in de Inl. hier in den tekst gezegde, dat zich overigens evenmin stelt op het door L. bestreden standpunt der z.g. materieele theorie, als op dat der zuiver processueele theorie (vgl. hieronder bij Inl. p. 279 noot i. f.). Lent ziet p. 294 over het hoofd dat de stelling van een winnende partij: als het vonnis onjuist mocht zijn, is de verhouding toch zoo geworden als dat vonnis haar vaststelde, geheel op het gezag van gewijsde berust.

P. 279, noot reg. 6 v. b. — Na „opgaan" in te voegen: Vgl. Lent 1. 1. 198—202, 204 v. o—205, 210—211.

P. 279, noot, reg. 9 v. o. — Na „uiteengezet" in te voegen: Daaromtrent vgl. Duguit in Rev. du droit public 1922 p. 189 noot i. f. en zijn Traité 2e dr. II p. 354 v. o. jis p. 347 v. 0.—348.

P. 279, noot, reg. 5 v. o. — Na „23" in te voegen: Kohler in Zeitschr. für vergleicb. Rechtswiss. 28 p. 469—470 en in Festscbr. f. Fr. Klein p. 7; voorts Hellwig, Syst. I p. 800—804.

P. 279, noot i. f. — Toevoeging: Vgl. nog Anema in Asser's Handl. V 2e dr. p. 361—362 jis p. 363—365, 366 v. o.—367 v. b. — De leer van Hellwig c. s. over de zuiver processueele werking van het gezag van gewijsde moge terecht fouten, klevend aan de door haar bestreden en vooral vroeger gehuldigde leer der zuiver materieelrechtelijke werking in het licht hebben gesteld, m. i. zondigt zij door sterke overdrijving. Haar scherpe tegenstelling tusschen werking op procesrechtelijk en op materieelrecbtelijk gebied is niet vol te houden, omdat de

Sluiten