Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 304.

en p. 355), verder Goldschmidt in D. Jur. Zeit. 1909 kol. 1132—1133. — Dat het O. M. in het strafproces de geheele maatschappij vertegenwoordigt is een vage voorstelling, waaruit voor de hier behandelde materie geen gevolgtrekkingen mogen worden gemaakt. Het is niet vol te houden dat, als wegens „hetzelfde feit" eerst A wordt vervolgd en later B, ook B door het O. M. zou zijn vertegenwoordigd in het eerste strafgeding. Huldigt men de leer, die positief gezag van gewijsde ook aan een strafvonnis toekent, dan nog verhindert de veroordeeling van A niet een latere veroordeeling van B, zelfs dan niet, als het vroegere strafvonnis den lateren strafrechter bekend was en deze oordeelt dat A en B niet beide aan het delikt kunnen hebben deelgenomen. Vgl. hierbij art. 409 no. 1 Sv. oud, art. 375 no. 1 Sv. 1886, art. 375 lid 2 Sv. tekst 1899 Stbl. 159 en nu art. 457 (1°) Sv. Zie ook Bijl" Handel11 Tweede Kamer 1898—1899 no. 78 (8°) § 2 j° (9°) § 2. Verder vgl. Binding 1. 1. p. 344—345 ja p. 354, die wel positief gezag van gewijsde van het strafvonnis aanneemt maar, afwijkend van vroegere meening, dat gezag tot partijen beperkt. Hieruit blijkt dat Hatschek (bij Inl. p. 197 geciteerd) p. 29—30 zijn, overigens door mij gedeelde ontkenning van positief gezag van gewijsde van het strafvonnis voor de elementen van het delikt, ten onrechte afleidt uit de zooeven aangestipte mogelijkheid van twee op elkaar volgende veroordeelingen van verschillende personen wegens éénzelfde feit (voeg bij: waaraan niet door beide kan zijn deelgenomen).

P. 305. 54- A. Ook al neemt men aan dat een strafvonnis den burgerlijken rechter bindt ten aanzien der rechtmatigheid van de strafoplegging (daaromtrent vgl. hierna bij Inl. p. 311 j° no. 58), daaruit volgt niet dat hetzelfde moet gelden voor de, al dan niet tegelijk met een eigenlijk strafvonnis, door den strafrechter gegeven beschikkingen van administratieven aard, dus niet dat die beschikkingen eigen rechtmatigheid en het bestaan der daarvoor bij de wet gestelde vereischten bindend

Sluiten