Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 319.

geheel is echter van staatsrechtelijken aard, wat bij R. zelf o. a. in zijn §§ 7 en 16 uitkomt. De resultaten van zijn overigens belangrijk geschrift zijn m. i. evenmin bevredigend als de door hem met talent bestreden opvattingen van anderen. Zou het aannemen eener meervoudige persoonlijkheid niet nog eer leiden tot versplintering of atomiseering van den Staat (1.1. p. 10 v. o.) dan de toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de „Behörden"? (Vgl. A. ö. R. 56 p. 453—455, Zeitschr. f. öff. Recht 9 p. 478—479). P. 319, tekst, reg. 9 v. o. — De woorden „althans tot op zekere

hoogte" te cursiveeren, zie o. a. Michoud, boven geciteerd. P. 319, tekst, reg. 3—2 v. o. — Het woord „intusschen" vervalt. Daarna in te voegen: Simons in T. v. S. 27 p. 2—4. — O. Mayer, zie 3e dr. I p. 148—150.

P. 319, noot 1. — Toevoeging: Vgl. Kelsen, Hauptprobleme p. 450—465 jis p. 467—468; Bernatzik in A. ö. R. 5 p. 220. P. 320, reg. 4 v. b. — Na „255" in te voegen: vgl. ook O. Mayer

1.1. 3e dr.' I p. 144—145 P. 320, reg. 5 v. b. — In plaats van „vertegenwoordigd," lees:

vertegenwoordigend.

P. 320, reg. 9 v. b. — Na „b." in te voegen: en Rühl 1. 1., speciaal p. 1-33; Jèze in Rev. du droit public 1913 p. 440 P. 320, reg. 8 v. o. — O. Mayer, 3e dr. I p. 164.

P. 320, reg. 2 v. o. — Na „vgl." in te voegen: M. W. Scheltema (diss. bij Inl. p. 1 geciteerd) p. 181 jis p. 180 v. b. en p. 183 noot; Seydel in Marquardsen's Handb. III, i, 1, 2e dr. (1894) p. 90-91; Tezner, Theorien p. 41—48. — O. Mayer, 3e dr.

I p. 145.

P. 321, bb i. f. — Toevoeging: en aangaande die vóór H. R.

II Dec. 1893 W. 6450, R.spr. 165 § 56, v. d. Hon. G. Z. 40 p. 363, P. v. J. 1894 no. 10, hierna bij Inl. p. 348.

P. 322, reg. 2 v. b. — Bij „beantwoord" een noot: Dit op grond

dat de Rijksverzekeringsbank is een afzonderlijk zedelijk lichaam

(publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid), zie nu wet 9 Okt. 1920 Stbl. 780 en vroeger C. R. 3 Mei 1910 W. R.spr.

Sluiten