Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 394.

E. M. M. op dit arrest in W. 9667. Ygl. voorts A. H. Kamerlingh Onnes, Openbare wegen over particulieren grond, diss. Leiden 1915 p. 19, 21—23, 26—28 (p. 28—54 naar aanleiding der toen bestaande jurisprudentie). In verband met mijn opmerking in Themis 1922 p. 317 vgl. F. G. S(cheltema) in W. 10950 p. 4. Wat hij zegt over het waarborgen der blijvende openbaarheid is niet in strijd met mijn opmerking, want dat waarborgen is iets anders dan het scheppen der openbaarheid.

P. 395, reg. 2 v. b. — Bij „scheppen" een noot: Terecht meent G.st. 3196 (17°) dat het scheppen der openbaarheid op gronden, gelegen in een Belgische enclave binnen het Rijk, door het Nederlandsch gezag niet kan geschieden, al zijn die gronden eigendom eener Nederlandsche gemeente.

P. 395, al. 1 i. f. — Toevoeging: , Bijdr. St.best. 25 p. 429—431, de toelichting in W. B. A. 3460, p. 1—2 van Ged. Staten Groningen bij hun voorstel van 1915 tot wijziging van het provinciaal reglement op het toezicht der wegen en de nota's op dit punt van Feith en Sybenga in W. B. A. 3461 p. 2 kol. 1, 3462. Vgl. ook Gohbault bij Inl. p. 372 geciteerd.

P. 395, al. 2 i. f. — Toevoeging: en de daar vermelden, speciaal v. Doorninck (bij Inl. p. 394, reg. 7 geciteerd).

P. 395, reg. 15 v. o. — Na „29" in te voegen: (doch vgl. Léonv. Praag no. 38 a op art. 4 A. B.)

P. 395, reg. 12 v. o. — Toevoeging: Vgl. Vitringa in R. Mag. 1906 p. 549—551 i. v. m. Bijdr. St.best. 25 p. 425, 429—431.

P. 395, reg. 7 v. o. — ln plaats van „er door" lees: door het opleggen van openbaarheid.

P. 395, reg. 5 v. o. — Na „publiek)." in te voegen: Vgl. ook het voor verordeningen, die den eigendom beperken, door H. R. 20 Jan. 1896 W. 6763, R.spr. 172 § 12, v. d. Hon. G. Z. 42 p. 9, P. v. J. 1896 no. 11, G.st. 2320, W. B. A. 2443, gestelde vereischte van algemeenheid.

P. 395, reg. 2 v. o. — Na „ook" in te voegen: (afgescheiden van de leggers)

Sluiten