Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ

P. 396.

P. 396, reg. 5 v. b. i. f. — Toevoeging: Zie G.st. 3038 (10°) j° 3037 (5°) over de strekking van het arrest van 1902 in verband met die van het arrest van 1899. M. i. blijkt uit de overwegingen der arresten, al hebben die betrekking op van elkaar verschillende casusposities, dat de twee arresten niet met elkaar overeenstemmen. Over de jurisprudentie vgl. ook Gombault in T. v. S. 27 p. 72-78 jls p. 78-82 en 91 v. b. Hij heeft haar echter verkeerd begrepen. Er is geen onderlinge strijd, omdat een deel der arresten betreft een feitelijk tot openbaren grond stempelen van hetgeen dit tot dusver niet was (respektievelijk het ontnemen van alle genot: het arrest van 1904), terwijl de arresten van 29 Mei 1914 en van 1916 een beperking golden ten opzichte van hetgeen reeds feitelijk openbare grond was. En 1. 1. p. 102 miskent G. kennelijk de strekking van dit arrest van 1904.

P. 396, reg. 9 v. b. — Na „41" in te voegen: Vgl. nog W. B. A. 3462 p. 2 noot 1 en de daar geciteerden, diss. F. G. Scheltema (bij Inl. p. 382 geciteerd) p. 30—40.

P. 396, reg. 11 v. b. — Bij „opheft'' een noot: Over de eigendomskwestie bij openbare wegen, behoorend aan een gemeenschap en over die bij zulke wegen, behoorend aan partikulieren vgl. ook Meijers in W. P. N. R. 2543—2547, speciaal no. 2547.

P. 396, tekst, reg. 9 v. o. i. f. — Toevoeging: Zie ook H. R. 20 Mei 1912 W. 9349 p. 1 kol. 1, R.spr. 221 § 13. In W. B. A. 973 p. 1 meent J. Léon: de openbare weg kan geen voorwerp van eigendom zijn. Hiertegen v. Hüg-enpoth 1.1. no. 977 p. 3, beantwoord door Léon no. 979 p. 1.

P. 396, tekst, reg. 6 v. o. — Na „27." in te voegen: Scheltema 1. 1. p. 5—8.

P. 396, no. 100 i. f. — Toevoeging: Vgl. Hof 's-Gravenhage 19 Dec. 1910 W. 9104, W. B. A. 3231; Rb. Maastricht 27 Okt. 1910 AV. P. N. R. 2200 en, betreffende bezit, Rb. 's-Hertogenbosch 24 Okt. 1913 W. 9667. Wat geldt voor den eigendom, geldt hier m. i. ook voor bezit als eigenaar. Vgl, nog Rb. Haar-

Sluiten