Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 419.

zin, naar aanleiding van art. 6 der nu vervallen Huurcommissiewet 1917 Stbl. 257, Ktg. Groningen 29 Mei 1922 N. J. 1922 p. 773 (vgi. boven bij Inl. p. 5 no. 2 en hierna bij Inl. p. 452 reg. 4 v. b.). — Ktg. Venlo 25 Okt. 1924 W. 11295 (betreffende een condictio indebiti van gemeenteretributie) had, hoewel algemeen geformuleerd, niet de strekking de rechterlijke beoordeeling van bestuursdaden in het algemeen ongeoorloofd te verklaren, zie de argumenteering uit art. 265c Gem.wet en art. 15 wet 1845 Stbl. 22.

P. 419, reg. 3 v. o. — Bij „militie" een noot: Vgl. voor die op de schutterij de bij Inl. p. 54 geciteerde beslissingen Hoogger. Hof 's-Gravenhage van 17 Maart 1837 en van Rb. Arnhem 15 Okt. 1834.

P. 420, reg. 2 v. b. en noot. -- Het teeken a) en de noot te schrappen.

P. 420, c, reg. 4. — Na „XVII" in te voegen: no. 42

P. 421, reg. 13 v. o. — Toevoeging: Zie ook bij Inl. p. 409 reg. 3 v. o.

P. 422, reg. 4 v. b. — In plaats van „opgeëisciit" lees: opgevischt

P. 422, reg. 13 v. o. — Na „niet-ontvankelijk" in te voegen: Ygl. Hof Leeuwarden 6 Mei 1914 N. J. 1914 p. 917. Rb. Rotterdam 23 Maart 1914 W. 9699, N. J. 1914 p. 927, W. B. A. 3416 achtte, nu de gedaagde gemeente wel was opgetreden ingevolge art. 135 Gem.wet, doch haar beweerde verzuim zou hebben bestaan in het nalaten van waarschuwingen tegen het gevaar, verbonden aan het gebruik barer zweminrichting, geen publiekrechtelijk verzuim aanwezig, doch enkel onvoorzichtigheid bij rechtmatig optreden. Tegen dit vonnis W. B. A. 3421 p. 2.

'P. 422, reg. 5—4 v. o. — Bij „33" een noot: De hier bedoelde jurisprudentie is verlaten door H. R. 31 Dec. 1915, bij Inl. p. 433 reg. 8 v. o. te vermelden. — Na „jurisprudentie" in te voegen: te citeeren bij Inl. p. 433, reg. 1 v. o. en die

P. 423, noot, al. 1 i. f. — Toevoeging: Echter wordt het woord „inbreuk" niet door iedereen in dezelfde beteekenis gebezigd.

Léon's Rspr., II, 1, R. O., s. 1*2

Sluiten