Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ

P. 482.

zich voordoet en de feitelijke gevolgen, die zij heeft gehad. In den geest van Jèze meen ik thans dat (behoudens het geval van logische onbestaanbaarheid eener daad) voor haarradikale nietigheid ook het vereischte is te stellen dat zonder deze de overtreden wet haar doel zou missen. Maar dan rijst de vraag of daarnaast nog noodig is wat Inl. p. 482 is verlangd, namelijk overtreding van een essentieel voorschrift in den zin van een voorschrift, waarvan de naleving in het algemeen noodig is, zal de wet haar doel niet missen. Het schijnt mij toe van wèl, omdat de belangrijkheid van het voorschrift zelf hierbij ook in aanmerking dient te komen, en niet uitsluitend de omstanheden van het gegeven geval. — Bij het voorafgaande vgl. ook het bij Inl. p. 472 noot 2 i. f. boven aangeteekende.

Het Inl. p. 482 gemaakte voorbehoud voor het verwaarloozen van essentieele voorschriften geldt ook voor zulk een verwaarloozen der logica dat door de begane fout de daad geen effekt kan hebben. Vgl. Andersen 1. 1. p. 365, 373—376. Een voorbeeld hiervan was de deswege door Rb. Leeuwarden 11 April 1929 N. J. 1930 p. 114 gegispte intrekking in 1926 door een Raad van Arbeid van zijn in 1925 met ingang van 1 November 1925 aan een ambtenaar met toekenning van wachtgeld gegeven, en door dezen aanvaard, ontslag, alsof na dien dag het toen beëindigde dienstverband door de intrekking zou hebben kunnen herleven en nog eens worden beëindigd door het tegelijk met de intrekking opnieuw met ingang van 1 November 1925, doch nu zonder wachtgeld, gegeven ontslag.

Anders dan met gemeld besluit van den Raad van Arbeid van 1926 was het gesteld met zijn daarbij ingetrokken besluit van 1925. Hoewel de Rechtbank overwoog dat dit, zooals het was geformuleerd, overeenstemde met art. 1 Wachtgeldenbesluit 1922 (tekst 1925 Stbl. 341) en zij zich aan die formuleering gebonden achtte, uit hetgeen tusschen partijen in het proces vaststond volgde dat eischer in 1925 op eigen veizoek was ontslagen en dat de toekenning van wachtgeld onwettig

Sluiten